home | archief | Het Grondwettelijk Hof houdt BIM-wet nagenoeg intact
25 september 2011
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

Het Grondwettelijk Hof houdt BIM-wet nagenoeg intact

Wanneer de Staatsveiligheid of militaire inlichtingendienst personen of bedrijven afluisteren, dan moeten die diensten op eigen initiatief de doelwitten in kwestie daarover achteraf schriftelijk informeren. Dat is het gevolg van een arrest dat het Grondwettelijk Hof op 22 september 2011 heeft uitgesproken.

De Liga voor Mensenrechten en de Orde van de Vlaamse Balies stapten naar het Grondwettelijk Hof met een verzoekschrift ter vernietiging van de wet op de Bijzondere Inlichtingenmethoden, de zogenaamde BIM-wet.  

De BIM-wet van 4 februari 2010 geeft de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst (AIVD) een indrukwekkende reeks 'specifieke' en 'uitzonderlijke' methoden gaande van observatie, infiltratie, doorzoeking van woningen, openen van post tot vorderen van bankgegevens, hacken van computers en het oprichten van fictieve rechtspersonen. De Liga voor Mensenrechten waarschuwde voor een gemakzuchtige vlucht in vergaande bevoegdheden voor de Staatsveiligheid en de militaire veiligheidsdienst, waarbij het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijk proces onherstelbaar aangetast worden.  

Grondrechten kunnen slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden ingekrompen worden. Zo kan een noodtoestand soms bepaalde tijdelijke maatregelen rechtvaardigen, voor zover ze strikt noodzakelijk zijn voor het vrijwaren van de democratische rechtsstaat en de rechterlijke controle overeind blijft. Het parlement zou dus moeten motiveren waarom op dit ogenblik een drastische inbreuk op de fundamentele rechten en vrijheden via de BIM noodzakelijk is. Een dergelijke argumentatie ontbreekt. Sterker, sommigen misbruiken het terrorisme om een soort permanente 'noodtoestand' over België (en de rest van Europa) af te roepen.

De Orde van Vlaamse Balies (OVB) legde destijds terecht de nadruk op deze tijdelijkheid zodat het parlement op geregelde tijdstippen kan nagaan of de juridische 'noodtoestand' al dan niet moet worden verlengd. Helaas, de Senatoren steunden het voorstel van de OVB niet. Zij namen het BIM- wetsontwerp in juli 2010 aan en hielden daarbij nauwelijks rekening met de kritieken van de Liga voor Mensenrechten, de OVB en de Vereniging van Beroepsjournalisten. Het aangepaste BIM-wetsontwerp beef hoe dan ook een bedreiging vormen voor de vrije pers.

De Liga betreurt ook dat een doeltreffende parlementaire controle op het inlichtingenwerk ontbreekt. De controle over de 'specifieke' en 'uitzonderlijke' methoden dient vooraf door een commissie van magistraten en achteraf door het Comité I te gebeuren. Ze staan echter voor een zo goed als onmogelijke opdracht. Sterker, gewone methoden, zoals het gebruik van informanten, worden nog minder gecontroleerd.

Vermits federale politie en Staatsveiligheid steeds meer in elkaars vaarwater komen in de strijd tegen terreur, is het niet denkbeeldig dat materiaal van de Staatsveiligheid in een strafproces terecht zal komen. Welnu, het gebruik van inlichtingen van de Staatsveiligheid in strafzaken is onverenigbaar met een eerlijk proces en hoort dus niet thuis in een democratie. Die informatie is namelijk nauwelijks controleerbaar door de verdediging en de rechtbank vanwege het anonieme karakter ervan. 

Het Grondwettelijk Hof houdt BIM-wet nagenoeg intact

In haar arrest nr. 145/2011 van 22 september 2011 vernietigt het Hof slecht één bepaling uit de BIM-wet omdat die de Belgische grondwet schendt. In artikel 2 paragraaf 3 van de BIM-wet staat dat de persoon die 'voorwerp heeft uitgemaakt' van een specifieke methode (bijvoorbeeld observatie of doorzoeking) of uitzonderlijke methode (bijvoorbeeld afluisteren of e-mails onderscheppen) achteraf door het hoofd van de inlichtingendiensten schriftelijk geïnformeerd moet worden, zij het enkel indien dat doelwit daar zelf om vraagt.

Het Grondwettelijk Hof stelt nu dat de inlichtingendienst zelf dat initiatief moet nemen, en dat overigens niet enkel bij natuurlijke personen maar ook bij rechtspersonen (bedrijven, vzw's) moet doen. Wel moet de BIM-commissie, die toeziet op de toepassing van de BIM-wet door de inlichtingendiensten, zo'n kennisgeving 'mogelijk achten'.

De Liga voor Mensenrechten is erg teleurgesteld door het arrest Er werd namelijk niet geraakt aan de artikelen waarin de Liga de beperkte voorafgaandelijke controle op het gebruik van de inlichtingenmethodes hekelt. Dat controles achteraf geschieden, wanneer de inbreuk in het privéleven van het individu reeds heeft plaatsgevonden, is problematisch.

Ook problematisch is het feit dat deze wet toelaat dat inlichtingendossiers worden gebruikt voor gerechtelijke controles, die normaliter aan strikte regels zijn onderworpen. Dergelijke evolutie is zeker nefast te noemen. Het blijft opvallend hoe aan de Staatsveiligheid meer rechten worden toegekend dan aan de onderzoeksrechter in een gerechtelijk onderzoek, ondanks de verschillende finaliteit en aard van beide onderzoeken.

Lees het arrest van het Grondwettelijk Hof:

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht