home | archief | Auditoraatsverslag Raad van State hoofddoekenverbod: nog steeds geen duidelijkheid
08 juni 2012
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

Auditoraatsverslag Raad van State hoofddoekenverbod: nog steeds geen duidelijkheid

bron Perbericht BOEH! - 06 juni 2012

Boeh! (Baas over Eigen Hoofd) is verbaasd over het auditoraatsverslag dat gisteren werd vrijgegeven in de zaak betreffende het algemeen verbod op levensbeschouwelijke kentekens in het GO! Gemeenschapsonderwijs. Uit het verslag blijkt dat de auditeur van mening is dat de zaak onontvankelijk zou zijn wegens gebrek aan “actueel belang” voor de leerlinge in kwestie.

In 2009 werd door een islamitische leerlinge van het GO! Gemeenschapsonderwijs, met steun van BOEH!, bij de Raad van State een vernietigingsberoep ingesteld tegen de beslissing van het GO! om leerlingen te verbieden om uiterlijke levensbeschouwelijke tekenen te dragen. In het bijzonder werd met dit verbod de islamitische hoofddoek geviseerd. In eerste instantie besliste de Raad van State om het verbod te schorsen, gelet op het “onbetwist ingrijpend karakter” van een algemeen verbod. Thans – drie jaar later – zou de zaak eindelijk voorkomen bij de Raad voor een beoordeling van de grond van de zaak.

Inmiddels is de getroffen leerlinge echter door het trage verloop van de procedure sinds juni 2011 afgestudeerd van het dagonderwijs. Wel volgt zij nog een opleiding binnen het deeltijds kunstonderwijs, waarop het verbod eveneens van toepassing is.

De auditeur meent dat een algemeen verbod op levensbeschouwelijke kentekens heden geen belemmering zou inhouden van de “normale studievoortgang” van de betreffende leerlinge. De auditeur adviseert de Raad van State daarom de zaak onontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan “actueel belang”. Boeh! betreurt dit advies omwille van meerdere redenen, en hoopt van harte dat de Raad van State alsnog zijn verantwoordelijkheid opneemt en een uitspraak zal doen over de grond van de zaak. Het vraagstuk van de hoofddoek op school en de inperking van godsdienstvrijheid blijft vandaag de dag een prangend vraagstuk waar alle partijen er baat bij hebben dat er duidelijkheid wordt geschept. Indien de Raad van State het advies van de auditeur volgt zal er weer eens geen uitspraak worden gedaan over de grond van de zaak, namelijk in welke omstandigheden is een school bevoegd om leerlingen te verbieden uiterlijke levensbeschouwelijke tekenen te dragen en dus de godsdienstvrijheid te beperken? Door de zaak onontvankelijk te verklaren zal dit slechts een uitstel zijn van een beslissing die hoe dan ook zal genomen moeten worden. Boeh! zal zich - zowel binnen als buiten de rechtbanken - blijven verzetten tegen de disproportionele inperking van het recht van meisjes en vrouwen om zelf autonoom te kunnen beslissen of ze een hoofddoek dragen.

Meer en meer instellingen in Vlaanderen lijken het normaal te vinden om de godsdienstvrijheid van leerlingen middels blinde maatregelen te beperken. Zozeer zelfs, dat Amnesty International in haar recente Europese rapport over islamofobie haar bezorgdheid uitdrukte over de inbreuken op de Godsdienstvrijheid binnen het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs.

Boeh! wil hierbij nogmaals minister Pascal Smet oproepen om verantwoordelijkheid te nemen in deze materie. Als minister van Onderwijs, maar ook als minister van Gelijke kansen, is hij ook verantwoordelijk voor het in stand houden van dit onrecht.

Voor Boeh! is het uitgangspunt feministisch. De samenleving dient zich zo te organiseren dat vrouwen en meisjes, in functie van hun persoonlijke godsdienstige beleving, zelf vrij kunnen beslissen over het al-dan-niet dragen van een hoofddoek. De vaak aangehaalde neutraliteit van de overheid wordt volgens Boeh! niet geschonden door het dragen van levensbeschouwelijke tekens en kan perfect worden gewaarborgd door het afspreken van gedragsregels. Volgens Boeh! zou het het zinvoller zijn zich daarop toe te leggen dan op het instellen van algemene verboden.

Boeh! zal zich verder blijven inzetten voor deze zaak en hoopt alsnog op een gunstige uitspraak van de Raad van State.

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht