home | archief | BBA kandidaat 1: Louis Michel
07 mei 2014
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

BBA kandidaat 1: Louis Michel

Louis Michel

Vorig jaar haalde de forse lobbyoorlog tegen de nieuwe Europese privacywet nog onze shortlist voor een Big Brother Award. Dankzij de website Lobbyplag en wat aandachtig speurwerk door de onderzoeksploeg van Panorama kwam intussen aan het licht dat de Belgische Europarlementariër Louis Michel (MR) de privacywetgeving danig trachtte te beïnvloeden, in het voordeel van de krachtige bedrijfslobby. Michel nam de tweede plaats in op de lijst van Europarlementariërs die de meeste amendementen indienden in een poging de privacywet af te zwakken. De anti-privacy lobby kreeg eindelijk een gezicht. Een Belgisch gezicht.


De feiten

In tijden waarin met het verkopen van persoonsgegevens veel geld valt te verdienen, stuiten de strenge privacyregels op fel verzet uit de bedrijfswereld. Zij stuurden hun lobbyisten op pad om hun commerciële belangen in de nieuwe regelgeving veilig te stellen. En één Belgische Europarlementariër in het bijzonder leek buitengewoon ontvankelijk voor de anti-privacy argumenten van de bedrijfslobby. Lobbyplag, een website die toeziet op de invloed van de lobbysector in Europa, bundelde de meer dan 4000 amendementen op de goedgekeurde wettekst en kende zo een rangorde toe aan de Europarlementsleden die de privacy het sterkst trachten te ondermijnen. Liberaal Louis Michel werd eervol tweede met maar liefst 229 amendementen, waarvan 158 ‘privacy-onvriendelijk’.

Michel werd door Panorama journalist Peter Brems met deze feiten geconfronteerd en ontkende meteen alle betrokkenheid. “Ik heb nooit contact gehad met een lobbyist.” Hij beweerde dat de amendementen buiten zijn medeweten werden ingediend door een overijverige medewerker, terwijl hijzelf in het buitenland vertoefde. Daarop besloot Michel de ingediende amendementen onder de loep te nemen, hierin bijgestaan door privacy expert professor Paul De Hert, om er dan meteen 60 terug in te trekken die niet strookten met zijn ultra liberale standpunten rond privacy. De betrokken medewerker, oud-senator Luc Paque, sloeg mea culpa en bood zijn ontslag aan. Maar het verhaal rammelt en wordt bij collega-parlementsleden op ongeloof onthaald.

Een kritische noot

Europese wetgeving is niet zelden het resultaat van intensieve lobbyinspanningen. Betrokken partijen trachten altijd het besluitvormingsproces te beïnvloeden. Vanuit de bedrijfswereld maar ook vanuit de non-profit sector wordt getracht wetgeving meer af te stemmen op hun belangen. De één vanuit commerciële drijfveren, de ander vanuit een ideologische overtuiging van gemeenschappelijke normen en waarden. Wat de motieven ook zijn, het zijn uiteindelijk de verkozen parlementariërs die, bij meerderheid, de waarde van de gelobbyde standpunten moeten weten in te schatten en beslissen amendementen wel of niet mee op te nemen in het wetgevend proces.

De bijdrage en kennis die vanuit externe hoek wordt aangeleverd, kan bijzonder waardevol zijn voor het wetgevend proces. Politici en hun departementen ontbreekt het vaak de deskundigheid en praktijkervaring om de feitelijke implicaties van bepaalde wetgeving correct in te schatten. Dat ze zich bij het wetgevend werk laten bijstaan door gespecialiseerde lobbyisten getuigt dat ze hun taak niet in een theoretisch vacuüm verrichten, maar oog en oor hebben voor de noden en wensen van andere maatschappelijke spelers, zo illustreert ook de praktijk van de publieke hoorzittingen. Wetgevend werk mag immers nooit wereldvreemd zijn. Kwaliteitsvolle besluitvorming is gebaat bij degelijk overleg. Maar wanneer de lobby wordt aangewend om eenzijdig de belangen van het bedrijfsleven boven die van burgers te stellen, bevuilt de praktijk het besluitvormingsproces. Vanzelfsprekend dient een gedegen lobby gepaard te gaan met duidelijke regels en een ethische gedragscode.

Wanneer lobbyactiviteiten verzanden in een ontransparant kluwen brengt dit het volledig Europees besluitvormingsproces in diskrediet. Het twijfelachtige verhaal van Louis Michel incluis. Hoewel Michel beweert niets af te weten van de meer dan 200 amendementen ingediend in zijn naam, trekt hij er maar een zestigtal terug. Maar niet nadat hij eerst had toegegeven totaal geen expert te zijn in de ultra-complexe databeschermingsmaterie. Moet een parlementslid bevoegd voor buitenlands- en ontwikkelingsbeleid, nota bene in de mogelijkheid zijn om wetgeving binnen een compleet ander domein zo uitgebreid te amenderen? Het lijkt om z’n minst een klap in het gezicht van de vele experten die maandenlang rond de nieuwe privacy materie onderhandelen dat collega-parlementsleden zonder enige kennis ter zake hun wetgevende inspanningen – en de privacy van de Europese burgers – kunnen ondergraven. Verdient onze privacy dan geen kwaliteitsvol debat?

Besluit

Databescherming is een complexe materie die Europarlementsleden, bevoegd voor het onderhandelen van de nieuwe wettekst, voor een zware uitdaging stelt. Dat zij zich informeren en laten bijstaan door diverse bedrijven en sectoren met de noodzakelijke kennis getuigt van wetgevend werk met oog voor externe belangen. Deze inmengingen van buitenaf dienen uiteraard steeds objectief beoordeeld te worden door de betrokken parlementsleden. Enkel tussenkomsten met kennis van zake zullen voor het besluitvormingsproces een waardevolle bijdrage betekenen. Parlementsleden die zich voor de kar laten spannen van bedrijfslobbyisten en amper de inhoud en draagwijdte van de door hen voorgestelde wijzigingen kennen, perverteren het wetgevend proces, eerder dan het te dienen. Wie van een complexe materie als databescherming geen kaas heeft gegeten blijft er inderdaad beter van weg. Het getuigt van respect voor diegenen die het recht op privacy wel nog belangrijk genoeg vinden om een gedegen wetgeving te onderhandelen die niet enkel de bedrijfsbelangen dient maar ook de burger beschermt. Wat is het nut van bewustmaking van burgers rond het recht op privacy, als EU politici het geringe belang ervan laten bepalen door de bedrijfslobby? Worden Europarlementsleden dan niet verkozen om onze belangen te verdedigen in plaats van die van machtige bedrijven, die postje beloven in ruil voor de beleidsbeïnvloeding? Dat de lobby onze privacy onder druk zet, is één zaak. Verkozen parlementsleden dienen de privacy van Europese burgers daarom nog niet te verpatsen aan de hoogst biedende.


Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht