home | archief | BBA kandidaat 9: Sharenting
30 mei 2014
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

BBA kandidaat 9: Sharenting

Uw kleintje ging net voor de eerste maal op het potje. Als fiere én digitale ouder gooit u het kiekje ervan meteen online, tot spijt van uw binnenkort opgroeiende puber die met tegenzin al de plaatjes uit het familiealbum digitaal zal moeten aanschouwen. Dat u met het online plaatsen van de foto’s ook meteen uw tieners privacy ten grabbel gooide kwam zelden in u op. Dat uw zoon- of dochterlief geen virtuele anonimiteit meer zal kennen al evenmin. Toch doet zo een onschuldige foto meer kwaad dan goed. Lees hier waarom en ontdek of u een ‘sharent’ bent.

Ouders die te veel delen over hun kroost op het internet. Het fenomeen heeft een naam: Sharenting (een samentrekking van sharing en parenting). Geen blog, tweet of facebookpagina is veilig voor de overijverige ouder die naar hartenlust leuke, grappige of gênante informatie deelt over de fratsen van zoon- of dochterlief. De grens tussen publiek en privaat lijkt te vervagen. En de kinderen, wat vinden zij zelf?

Appreciëren kinderen die online documentatiedrift van hun ouders ook nog als ze oud genoeg zijn om te beseffen dat hun ganse kindertijd uitvoerig gedocumenteerd staat op het wereldwijde web? Pubers en tieners die zorgvuldig een eigen identiteit opbouwen, zij het nu fysiek of online, willen misschien niet geconfronteerd worden met beschamende foto’s uit hun kindertijd, die slechts met één muisklik voor iedereen zichtbaar zijn? En wat te zeggen als hun toekomstige baas de kiekjes onder ogen krijgt?

De nieuwe generatie ouders is ondertussen zo vertrouwd geraakt met sociale media, dat het vaak vanzelfsprekend lijkt om iedereen – zelfs vreemden – een online kijkje te gunnen in hun ontluikende ouderschap. Waar één foto nog onschuldig lijkt, zijn de nadelen en risico’s van ‘oversharing’ dit vaak niet. Pedagogen schuwen de grove woorden niet: “sharents beroven kinderen van hun recht op privacy” of “kinderen horen zelf te beslissen over hun online identiteit”. Wat met hun recht op anonimiteit?

Wettelijk kader - Recht op afbeelding en Privacywet

Het posten van foto’s is vandaag de dag verworden tot een routineuze praktijk. We denken er amper nog bij na. En we stellen ons al zeker niet de vraag of wat we doen wel wettig is. Toch zijn er regels die ook hier moeten worden nageleefd. Omdat foto’s persoonsgegevens zijn en het plaatsen op internet een verwerking inhoudt, komt de privacywet op de proppen. Die voorziet in een dubbele toestemming: enerzijds voor het maken van de foto of het filmpje, anderzijds voor het publiceren van de beelden. Bovendien kan de gefotografeerde zich ook beroepen op het recht op afbeelding. Dit recht houdt, net als de privacywet, in dat zowel voor het maken en het gebruik van een menselijke afbeelding, de toestemming moet worden gevraagd van de afgebeelde persoon.

Maar hoe zit het nu precies met ouders en jonge kinderen? Moeten sharents dan steeds de toestemming vragen aan hun peuters om de schattige foto met het ijsje te posten? De wet voorziet geen leeftijd vanaf wanneer de toestemming geldig kan worden gegeven. Doorgaans wordt in de rechtspraak aanvaard dat een kind ‘met voldoende onderscheidingsvermogen’ geldig zijn toestemming kan geven. Een niet zo eenvoudige afweging, omdat die natuurlijk van kind tot kind zal verschillen. Aangenomen wordt dat de leeftijdsgrens hiervoor op 12 à 14 jaar ligt, al vereist dit wel een concrete beoordeling van geval tot geval. Zolang je kind dus niet over het vereiste onderscheidingsvermogen beschikt, beslis je dus als ouder zelf over het publiceren van beeldmateriaal over zoon- of dochterlief. Wettelijk gezien valt er dus niets op aan te merken dat ouders hun nog jonge spruiten tentoonstellen via het internet, maar wringt daar niet het privacy-schoentje?

Hebben kinderen dan geen recht op privacy?

Aan elkeen kleeft het recht op privacy, ongeacht hoe oud je bent. Als eenieder het recht heeft om in anonimiteit op te groeien of op z’n minst om de keuze te maken wat over hem of haar mag worden gedeeld online, ontnemen sharents hun kinderen dan niet die fundamentele keuze? Volwassenen bepalen graag zelf wat er over hen online verschijnt, maar toch delen velen probleemloos foto’s van hun kinderen. Weegt onze privacy dan zwaarder door dan die van een ander – vaak ons eigen kind?

Psychologen en pedagogen waarschuwen alvast voor deze trend. Zij zien in het vormgeven van de identiteit het recht op private informatie als een belangrijke factor. Sociale media – en de sharenting-praktijk – zet dit op de helling.

Ouders moeten m.a.w. dezelfde lessen meekrijgen over het verantwoord omspringen met sociale media, als hun kinderen op school. Het belang van zelfcensuur en een kritische houding ten opzichte van online gedrag wordt ouders zelden aangeleerd.

Tegenstanders van het sharenting fenomeen vinden zich gesteund vanuit politieke hoek. Binnen Europa speelt zich immers de discussie af omtrent “het recht op vergeten”. De Europese Unie wil via een nieuwe regelgeving bedrijven en sociale netwerksites dwingen internetgebruikers de mogelijkheid te geven om alle gegevens die websites over hen bijhouden te vernietigen. Pedagoog Pedro De Bruyckere sluit zich hierbij aan. “Ook kinderen hebben het recht op vergeten. En dat is precies wat sharents hun kind afnemen. Als iets eenmaal op internet staat, is het immers altijd terug te vinden. Vergeten heeft volgens De Bruyckere ook een functie: plaatsmaken voor nieuwe ervaringen, wat nodig is om te groeien. “Wie heeft er in zijn jeugd nu niets iets gedaan waar hij liever niet aan herinnerd wordt?”

Delen kan leuk zijn, maar te veel is te veel. In ons enthousiasme over de fratsen en grollen van ons nageslacht lijken sommige ouders zichzelf te verliezen – en wat erger is, ook de privacy van hun kinderen. Wat we vroeger deelden met naasten, delen we vandaag met de wereld, ons vaak onvoldoende bewust van de risico’s en gevolgen. Willen we onze kinderen de kans geven om op te groeien tot zelfbewuste individuen, in de fysieke wereld en online, dan dienen we hun virtuele anonimiteit intact te houden tot ze hierover zelf een keuze kunnen maken. Ook jonge mensen die tientallen jaren terug niet hun volledige levensloop gedocumenteerd zagen op het internet slagen er vandaag allerbest in om zichzelf in de online gemeenschap in te schrijven. We hoeven dus niet meteen te zwichten onder de druk om ‘sociale’ baby’s, peuters en kleuters online groot te brengen. Denk dus tweemaal na alvorens u foto’s van uw nageslacht online verspreidt. Uw kind zal het later vast wel appreciëren dat u vasthield aan zijn of haar privacy, met de kans een eigen identiteit te ontwikkelen, zonder stempel uit het verleden en bijhorende vooroordelen. Denk na over wat je deelt en ga in overleg met je kroost. Ze zullen jou hier later dankbaar voor zijn.


Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht