home | archief | Brood en spelen als zoethouder voor de bevolking?
12 juli 2014
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend
Mensenrechten en kinderrechten van Soshi tot Rio de Janeiro

Brood en spelen als zoethouder voor de bevolking?

Auteur Katelijne Demeyere
bron TvMR

Thomas Bach, huidig voorzitter van het IOC, verklaarde naar aanleiding van de Olympische Winterspelen in Rusland. dat ‘sport niet gebruikt mag worden als een podium voor politieke dissidentie of om te proberen punten te scoren in interne of externe politieke wedstrijdjes’. Historisch gezien heeft sport inderdaad steeds een belangrijke rol gespeeld in alle samenlevingen wereldwijd en mag het niet gedegradeerd worden door al bestaande sociale problemen. Maar als een land zich kandidaat stelt om een megasportevenement te organiseren, weet de regering dat haar volledige reilen en zeilen zal worden doorgelicht. En wat als de sportevenementen zelf de voedingsbodem vormen voor de schendingen van mensenrechten?

Ontruimingen van gemeenschappen voor infrastructuur voor massasportevenementen worden hierbij bijna gezien als een noodzakelijk kwaad en een alledaags fenomeen. Naar aanleiding van de Olympische Spelen in Seoel in 1988 werden voor het bouwen van stadions en andere infrastructuur 720.000 mensen gedwongen uit hun huis gezet. Voor de Delhi Commonwealth Games in 2010 werden 300.000 inwoners van de stedelijke buitenwijken op een gewelddadige en ongeplande wijze verplicht te gaan wonen in kampen ver van scholen of de arbeidsmarkt. Ook voor het WK Voetbal in Zuid-Afrika werden 600 straatkinderen en jongeren verjaagd. Steeds stonden hier de rechten van de bevolking op het spel.

In Brazilië is de situatie niet beter. Bijna 30.000 families moesten hun woning verlaten om plaats te maken voor het WK Voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. Alleen al in Rio de Janeiro, waar de Spelen plaatsvinden, moesten 3.000 families hun huis uit. Voor nog eens 7.800 families dreigt hetzelfde lot. Het BOPE-team, een eenheid van de militaire politie, ontruimde onlangs een historisch cultureel museum en heilige site voor de inheemse bevolking, dat naast het reusachtige Maracanã stadion ligt. Sergio Cabral, gouverneur van deelstaat Rio, wil het waardevolle erfgoed laten plaatsmaken voor een parkeerterrein. Voor de ontruiming bestormden de antiterreureenheden de ongewapende bezetters met traangasbommen, rubberkogels en zware tanks, die normaal ingezet worden bij gewapende drugsconflicten.

Naast parkeerruimte en infrastructuur, willen de autoriteiten ook werken aan een veiligheidsgevoel voor de komende toeristen en investeerders. Voor volwassenen én kinderen geldt in Rio het decreet dat ‘wie verdacht wordt op crackverslaving’ ten allen tijde opgepakt kan worden en in een ‘therapeutisch’ gesloten instelling worden geplaatst. Ondanks het feit dat dit stadsdecreet in strijd is met de Grondwet en de jeugdwet (ECA), die vrijheid van beweging waarborgt, mobiliseerde het stadsbestuur alle politiediensten, waaronder de ‘Ordeshok’ (‘choque de ordem’) in een uiterst repressieve campagne. Een speciale equipe van gewapende militairen trekken er in zwart gepantserde voertuigen met intimiderende witte doodshoofd op uit. De personen die op straat leven worden met dwang verjaagd, hun dekens en matrassen verbrand en hun eten afgenomen.

Volgens officiële cijfers van de lokale overheden werden in 2012 en 2013 4.785 straatkinderen opgepakt. Vermoedelijk zijn het er veel meer. Zo’n 4.000 kinderen ‘verdwenen’ tijdens de sociale opkuis voor de internationale klimaattop in Rio in 2012. Alleen al in het eerste semester van 2013 werden 785 kinderen opgepakt en werden er 30% meer kinderen opgesloten. Recentelijk nemen middenklasse jongeren het heft in eigen handen. Burgermilities jagen straatkinderen op en hangen ze letterlijk aan de schandpaal.

Een groot deel van de straatkinderen wordt opgesloten in ‘abrigos’, een soort opvanghuizen, in isolatie en zonder therapeutische- of herintegratieactiviteit. De drie uitgeruste jeugdopvanghuizen van de stad met amper 40 beschikbare plaatsen voor drugverslaafden zitten immers overvol. Drie van deze gesloten tehuizen kwamen in 2013 in opspraak wegens wanpraktijken: het permanent handboeien van ‘patiënten’, het mishandelen en drogeren van de gevangenen door onbevoegde bewakers zonder medische voorschriften, psychologische intimidaties en seksuele aanrandingen. Wanneer ook deze abrigos overvol zitten, wordt een deel clandestien (zonder enige tussenkomst van de jeugdrechtbank of sociale dienst van de overheid) in de jeugdgevangenis opgesloten, waar de mensenrechtensituatie niet beter is. Er bestaan geen cijfers over het aantal kinderen dat nog opgesloten, dan wel terug herenigd is met hun gezin.

Het is dus hoog tijd dat er actie wordt ondernomen. Megasportevenementen mogen niet de oorzaak zijn van verhoogde sociale ongelijkheid, ontruimingen en onwettige aanhoudingen. Ze moeten een kans vormen voor het verwezenlijken van gemeenschappelijke doelen, thematieken op de agenda plaatsen, sociale ontwikkeling en tewerkstelling creëren en ook kwetsbare jongeren de kans geven zich volwaardig te ontwikkelen, o.a. via sport. Sport mag immers niet slechts geassocieerd worden met de rijke elite, marketing en repressie en de bevolking ‘buitenspel’ laten staan.

Katelijne Demeyere is werkzaam bij KIYO, een NGO die strijdt voor de aandacht voor kinderrechten wereldwijd, o.a. in Brazilië. Ze schreef deze bijdrage voor het maart-nummer van het Tijdschrift voor Mensenrechten.

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht