home | archief | Cruciale data voor internationaal recht en de rechten van de mens: 1492, 1550 en 1815
08 maart 2012
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

Cruciale data voor internationaal recht en de rechten van de mens: 1492, 1550 en 1815

Auteur Griet Verschingel

Het boek What If Latin America Ruled the World? van de in Londen werkende Colombiaanse professor en filosoof Oscar Guardiola-Rivera wordt door velen als een ondoorgrondelijk en complex boek beschouwd. Toch weten sommigen het boek te appreciëren. Die mensen, al dan niet academici, vinden in het boek een schat aan informatie. Echter, weinigen van hen staan stil bij drie pagina’s uit het vierde hoofdstuk van het boek van deze Latijns-Amerikaan.[1] Die pagina’s zijn volgens de auteur van onschatbare waarde voor de literatuur over de ontstaansgeschiedenis van het internationaal recht en de rechten van de mens.

Dit artikel analyseert enerzijds één paragraaf uit deze drie pagina’s maar wil anderzijds ook een andere -eigen- visie op de oorsprong van het internationaal recht en de rechten van de mens opwerpen.

Is een weerleggen, nuanceren of herschrijven van wat tot nu toe als de consensus, de algemeen aanvaarde versie van de ontstaansgeschiedenis van de mensenrechten en het internationaal recht aan de orde? Sowieso dwingt het licht dat Oscar Guardialo-Rivera over de materie laat schijnen ons tot het besef dat de totstandkoming complexer is, een langere voorgeschiedenis heeft gekend en niet zomaar in het Westfalen van 1648 of het Frankrijk van 1789 uit een vacuüm is ontstaan. Ooit verplichtte Guardialo-Rivera aan zijn (doctoraats-)studenten eigen ideeën over zijn boek te formuleren. Reflecteren over het ontstaan van het internationaal recht en de rechten van de mens is precies wat de auteur beoogd heeft bij het schrijven van deze tekst.

Inleiding

Het Verdrag van Westfalen van 1648, de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van 1789 en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 worden algemeen beschouwd als de basis van het internationaal recht en de rechten van de mens. Deze veronderstelling kan en moet zelfs uitgebreid worden, rekening houdend met het feit dat het internationaal recht nooit zou hebben bestaan als de Spanjaarden, na de verovering van Latijns-Amerika, niet verplicht werden om een oplossing te vinden voor de slavenhandel tussen het Amerikaanse en Europese continent. Als we deze veronderstelling als waarheid beschouwen, dan moet volgens de auteur de basis van het internationaal recht veel vroeger gezocht worden, namelijk in de eeuw waar de eerste stappen naar de slavernij en echte kolonisatie werden gezet. Deze periode komt vaak neer op het jaar 1492 ofwel het jaar dat Columbus zijn eerste expeditie naar Latijns-Amerika ondernam.

Daarnaast zal de auteur ook aantonen dat de debatten van Valladolid, die zich afspeelden rond 1550, beschouwd moeten worden als de datum van het ontstaan van het internationaal recht en de rechten van de mens. In deze debatten probeerden de Spanjaarden legitimatie te vinden voor de veronderstelling dat ze de meerdere waren tegenover de inheemse volkeren van Latijns-Amerika. Zoals aangetoond zal worden, kon dit op sterk verzet rekenen van de mensenrechtenverdediger Bartholomé de Las Casas.

Dit wetende, kan men op twee vlakken een vergelijking maken. Enerzijds met het internationaal recht en het Verdrag van Westfalen. In beide gevallen werden een aantal onafhankelijke staten gesticht[2] en anderzijds met de mensenrechten. In deze debatten probeerde Las Casas de Spanjaarden te overtuigen dat de indianen ook (mensen-) rechten hadden net zoals elk ander levend wezen. Een vergelijking met een citaat uit de preambule volstaat hier om de bewering van Bartholomé de Las Casas te staven: “Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.”

Wat ook van deze bewering zij, het laatste woord over het ontstaan van het internationaal recht en rechten van de mens lijkt nog niet gezegd. In zijn boek What If Latin America Ruled the World?, [vrij vertaald Wat als Latijns-Amerika het zeggenschap over de wereld had?],[3] linkt de schrijver van het boek, Oscar Guardiola-Rivera, de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de Brieven van Jamaica van 1815 met Bartholomé de Las Casas wanneer hij schrijft dat vele academici de gemeenschappelijke link tussen Las Casas’ opvatting, de Franse en Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben gezien, maar weinigen de gelijkenissen opmerken tussen deze documenten en Simón Bolívar’s Brieven van Jamaica van 1815.[4]

Dit artikel streeft ernaar om een persoonlijke herontdekking te zijn van de ideeën van deze enkelingen die de gelijkenissen hebben gezien. Tegelijkertijd probeert dit artikel enerzijds een gefundeerd argument te geven waarom de Valladolid-debatten en de Brieven van Jamaica als het ontstaan van het internationaal recht moeten worden beschouwd, terwijl anderzijds ook het belang van Las Casas en Bolívar voor de mensenrechten belicht zal worden.

1. 1492: ontdekking van het land zonder naam en het begin van de onmenselijkheid

Het is algemeen bekend dat wanneer Columbus in 1492 onder het mandaat van de Spaanse koning Ferdinand van Aragón en Isabella van Castille Latijns-Amerika ontdekte, hij dacht Azië te hebben ontdekt.[5] Dit gegeven en het feit dat tot 1550 het continent geen naam had, kon de Spanjaarden echter weinig schelen, want ze hadden iets veel essentiëler ontdekt, namelijk de rijkdom aan goud- en zilveraderen wat enorme mogelijkheden voor de handel en het monetaire systeem met zich meebracht.[6] 

Deze ontdekking van goud- en zilvermijnen en de Spaanse hunkering om deze weelde tot op het bot op te gebruiken, veroorzaakte grote gruwelijkdaden ten opzichte van de oorspronkelijke bevolking van het land zonder naam. Zij stierven ofwel tijdens de gedwongen arbeid in deze mijnen,[7] ofwel aan de fysieke of psychische mishandeling die daarmee gepaard ging. Bijgevolg werd zelfmoord voor velen onder hen het enig mogelijk alternatief om aan een marteldood te ontsnappen.[8]

Toch beschouwden de Spaanse veroveraars hun daden echter als gelegitimeerd doordat ze de indianen niet als menselijke wezens accepteerden. De enige mogelijke manier dat ze als mensen beschouwd werden, was als ze gezien werden als een straf van God.[9] Deze laatste denkwijze gaf als voordeel dat ze de genocide die ze veroorzaakten niet moesten erkennen.[10] Bovendien gaf het hen ook de mogelijkheid om zonder enige scrupules door te gaan met de wreedheden. Daarenboven sloeg men ook twee vliegen in één klap door de indianen als een straf van God te beschouwen: (1) het sussen van het eigen geweten en (2) het verstrekken van een directe waarneembare vertoning van zijn Almachtige Heer.

Het (logische) gevolg van deze genocide was dat er tussen 1500 en 1550 zo veel indianen werden uitgemoord dat er niet anders opzat voor de Spanjaarden dan het massaal importeren van Afrikaanse slaven om de economische noden op te vangen.[11] En ondanks al deze wreedheden was er toch één iemand die de indianen als mensen beschouwde en aanzet gaf om de mensenrechten op hen van tel te laten zijn, namelijk de “Apostel van de indianen”,[12] Bartholomé de Las Casas. Deze persoon was een Spaanse priester die rond 1510 naar de kolonies van zijn geboorteland reisde en erg revolteerde tegen de gruwelijkheden die zijn medeburgers de indianen aandeden.[13]

2. Een Korte beschrijving van de vernietiging van de kolonies in Caraïbisch gebied en de Nieuwe Wetten

In eerste instantie was volgens Las Casas de beste manier om te reageren tegen de legitimatie van de Spaanse slavernij het redigeren van wetsvoorstellen en institutionele hervormingen.[14] Dankzij zijn moeite verkreeg Las Casas in 1530 een wet tegen de slavernij van de indianen.[15] En toch stelde deze wet niet veel voor, omdat het eerder een ver-van-mijn-bedshow was voor de Spaanse veroveraars in het Latijns-Amerikaanse continent. Veralgemeend kan men stellen dat de wetten opgesteld en tot wet verheven op het vasteland gewoonweg niet werden nageleefd op de eilanden.[16]

Omdat Las Casas dit na een tijdje ook inzag, probeerde hij het over een andere boeg te gooien door middel van het schrijven van boeken. En even leek het erop dat zijn missie zou zijn geslaagd, door het schrijven in 1542 van het boek A Short Account of the Destruction of the Indies [vrij vertaald Een Korte beschrijving van de vernietiging van de kolonies in Caraïbisch gebied]. Het was een geschrift waarin hij probeerde de Spaanse Koning Philips II ervan te overtuigen dat een voortzetting van de gruweldaden zou resulteren in de vernietiging van Spanje. Dit zou de ultieme straf van God zijn.[17] Daarop nam Spanje in 1542 de Nieuwe Wetten aan. Deze Nieuwe Wetten stipuleerden onder andere de belofte dat de indianen binnen één generatie dezelfde rechten zouden hebben als de Spaanse burgers.

Deze Nieuwe Wetten waren geen lang leven beschoren gezien hun gedeeltelijke afschaffing in 1545.[18] En ondanks de korte levensduur van de wetten, hadden ze een niet te onderschatten impact op de mensenrechten en het internationaal recht teweeggebracht. De debatten van Valladolid zijn hiervan het perfecte voorbeeld.

3. De debatten van Valladolid: de geboorte van het internationaal recht en de mensenrechten

Het Verdrag van Westfalen wordt over het algemeen erkend als het ontstaan van het internationaal recht,[19] maar indien men kennis neemt van de debatten van Valladolid moet dit genuanceerd worden.

Ondanks het feit dat deze debatten over het algemeen beschouwd worden als een typisch voorbeeld van de professionaliserings- en seculariseringstheorie in het internationaal recht en de internationale betrekkingen,[20] zijn ze ook volgens de auteur van een niet te onderschatten waarde voor het internationaal recht, vooral als men de vergelijking maakt met het Verdrag van Westfalen.

Tot rond 1492 was de westerse wereld verdeeld in twee grote entiteiten: de Paus als hoofd van de Katholieke Kerk versus een koning als hoofd van het Romeinse Rijk.[21] Na de ontdekking van Latijns-Amerika, kwam er snel verandering in deze verdeling omdat er verschillende eenheden of staten van het Europese vasteland zich, onder invloed van het Protestantisme, als oppermachthebber van het Romeinse Rijk beschouwden. Deze staten (onder andere Engeland, Spanje, Frankrijk, Nederland en Zweden) vochten met elkaar om de leider te worden. Één van deze oorlogen was de Dertigjarige Oorlog, die in 1618 startte als een religieus conflict tussen de Katholieke en de Hervormde Landen, maar die uitmondde in een strijd voor militair en politiek zeggenschap in Europa.[22] De oorlog eindigde met het bekrachtigen van het Verdrag van Westfalen. Dit had een tweevoudig resultaat. Op religieus vlak resulteerde dit in een achteruitgang van de Katholieke Kerk en een erkenning van het Protestantisme en op seculier vlak symboliseerde het de erkenning van verschillende onafhankelijke en soevereine staten die het akkoord sloten om geen oorlog tegenover elkaar meer te beginnen in hun eigen continent.[23]

Toch waren de gecentraliseerde structuren van de moderne staten die werden vastgelegd in het Verdrag van Westfalen vergelijkbaar aan wat de Spanjaarden zo’n honderd jaar eerder hadden vastgelegd in de debatten van Valladolid. Deze debatten waren een vergadering van theologen, waaronder Las Cases en juristen.[24] Het werd oorspronkelijk georganiseerd door Karel V, Koning van Spanje om een naam te geven aan Latijns-Amerika,[25] maar desalniettemin probeerde Las Casas de deelnemers van deze vergadering ervan te overtuigen dat Latijns-Amerika gelijkwaardig aan Spanje moest worden beschouwd.[26] Uiteindelijk kwam ook van deze droom niets in huis en verkreeg Karel V de legitimiteit om Latijns-Amerika te bezetten.[27]

Toch gaf het ook een (merkwaardig) ander resultaat. Zowel het Verdrag van Westfalen als de debatten van Valladolid leidden tot de totstandkoming van onafhankelijke en soevereine (Europese) staten. Het is daarom voor de auteur onduidelijk waarom het Verdrag van Westfalen en niet de Valladolid debatten als het begin van het internationaal recht moeten worden beschouwd. Het is volgens haar alleen mogelijk om prioriteit te geven aan het Verdrag van Westfalen boven de Vallodolid-debatten, als men rekening houdt met het feit dat het Verdrag van Westfalen koloniale activiteiten rechtvaardigde.[28] Deze activiteiten hadden vooral betrekking op slavenhandel, omdat er geen internationale regel het verbod van slavenhandel van Afrika naar Latijns-Amerika en van daaruit naar het Europese continent verbood.[29]

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de “Apostel van de indianen”, als voorvechter van de mensenrechten, tegen de slavernij zou reageren. Las Casas deed dit door gebruik te maken van Aristoteles’ slaventheorie. Deze theorie was volgens hem niet gepast om de Latijns-Amerikaanse slavernij te rechtvaardigen, maar ze werd erg geliefkoosd door de Spanjaarden. Deze theorie stipuleerde dat slaven geen rationele personen waren. Daardoor, zo ging Aristoteles verder, waren ze van nature ondergeschikt aan andere menselijke wezens.[30] Las Casas toonde echter aan dat de oorspronkelijke bevolking van Latijns-Amerika, ondanks hun slavenstatuut, geen inferieure, irrationale menselijke wezens waren. Bijgevolg kon Aristoteles’ slaventheorie niet op hen van toepassing zijn.[31]

Las Casas’ reactie is volkomen begrijpelijk als men de vergelijking maakt met de debatten van Valladolid. Las Casas beschouwde de tegenstelling tussen wij als superieure Spaanse landen versus hen als inferieure Latijns-Amerikaanse continenten als compleet onzinnig. Meer zelfs, het was volgens hem zo’n gevaarlijke nonsens dat hij besloot er twee boeken over te schrijven: Een Korte beschrijving van de vernietiging van de kolonies in Caraïbisch gebied en daarna History of the Indies [vrij vertaald Geschiedenis van de kolonies in Caraïbisch gebied]. Hij deed dit vooral om te revolteren tegen het gedachtegoed van de Spaanse superieuren in het Latijns-Amerikaanse continent.[32]

In hoofdstuk 58 van de Geschiedenis van de kolonies in Caraïbisch gebied, schrijft Las Casas “iedere natie van de wereld is menselijk en van elke mens is de correcte definitie dat ze allemaal een gelijke wil, begrip en gevoel hebben […] en zullen verwerpen wat duivels, weerzinwekkend en nadelig is”.[33] Dit citaat is gelijkaardig aan artikel 1 van de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger en de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Aangezien de auteur al in de inleiding naar de preambule verwees, volstaat het hier om enkel te vergelijken met artikel 1 van de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger: “Mensen zijn vrij geboren en blijven vrij en gelijk in rechten […].”[34]

Daaruit volgt dat, als wij de Franse en Universele Verklaring van de Rechten van de Mens met Las Casas’ definitie vergelijken, wij telkens, met een klein beetje verbeelding, ongeveer dezelfde woorden zien verschijnen namelijk “iedere mens heeft gelijke rechten”. Volgens de auteur moet dan ook Las Casas’ Geschiedenis van de kolonies in Caraïbisch gebied beschouwd worden als een voorloper van de rechten van de mens omdat hij in gelijkaardige termen beschrijft wat traditioneel beschouwd wordt als de oorsprong van de rechten van de mens.

En ondanks dit alles is de invloed van Las Casas geschriften nog niet opgebruikt. Zoals hierboven werd aangetoond zijn zijn geschriften enorm belangrijk voor de bevrijder van Latijns-Amerika, Simón Bolívar. Waarom dit zo is en hoe de link precies in elkaar zit tussen de brief van de Bevrijder van Latijns-Amerika en de geschriften van de “Apostel van indianen”, zal in het volgende hoofdstuk duidelijk gemaakt worden.

4. De bijdrage tot het internationaal recht en de rechten van de mens via de Brief uit Jamaica

De Letter from Jamaica [vrij vertaald Brief uit Jamaica] moet zowel vanuit internationaalrechtelijk oogpunt als vanuit mensenrechten standpunt als belangrijk beschouwd worden. Geschreven naar een Britse handelaar,[35] toont het geschrift aan dat Simón Bolívar een man was die Latijns-Amerika onafhankelijk wou maken, daarbij beseffend dat hij gebruik moest maken van de economische, politieke en literaire context van die tijd om zijn droom te realiseren.

4.1. Vrije handel, collectieve solidariteit en de Verenigde Naties.

Tussen de periode dat Las Casas en Bolívar leefde, evolueerde de economische wereld enorm. In de periode dat Simón Bolívar leefde was het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste speler in de slavenhandel, terwijl tot het begin van de 18e eeuw de Spanjaarden, Portugezen en de Nederlanders de belangrijkste spelers in de slavenhandel waren. En wat deze laatste landen niet verwezenlijkt kregen in drie eeuwen tijd, kreeg het Verenigd Koninkrijk in één eeuw gedaan.[36] De slaven hadden namelijk aan het eind van de 18e eeuw het Britse spoorwegennet uitgebouwd. Daarnaast werden ze beschouwd als de belangrijkste werkkrachten in de textiel- en messenfabrieken.[37]

Aan het begin van de 19e eeuw ontstond er een evolutie zowel in Engeland als in Latijns-Amerika. In Latijns-Amerika, kwamen de slaven zelf in opstand op basis van een collectieve drang naar vrijheid en gelijkheid,[38] terwijl in het Verenigd Koninkrijk een grote anti-slaven campagne ontstond.[39] Adam Smith, een Brit die beschouwd wordt als de stichter van de vrije handel, was in die tijd een vooraanstaand econoom.[40] Deze econoom en sommige gelijkgezinden waren grote verdedigers van de vrijheid. Concreet betekende dit de afschaffing van goederenquota, arbeidsbeperkingen en slavernij.[41] Principes die erg betwist waren in de Spaanse landen. En hoewel ze hun principes hoog in het vaandel droegen, realiseerden de Britten zich tegelijkertijd dat de Spaanse protectionistische maatregelen grote economische kansen omvatte. In een poging deze kansen te onderdrukken, verklaarde het Verenigd Koninkrijk zich daarom akkoord om samen te werken met Simón Bolívar in zijn strijd naar onafhankelijkheid. Het is duidelijk dat de onderliggende reden van het Verenigd Koninkrijk om zich akkoord te verklaren de wens was om een economische grootmacht te worden.[42] 

Deze strategie resulteerde in een collectieve solidariteit,[43] iets wat duidelijk tot uiting kwam in de Brief uit Jamaica. In deze brief roept Simón Bolívar op tot eenheid van het gehele Latijns-Amerikaanse continent, wat perfect geïllustreerd kan worden met het volgende citaat uit de brief: “de eilanden van Puerto Rico en Cuba, die gezamenlijk een populatie hebben van 7 000 of 8 000 zielen, zijn de plaatsen waar de Spanjaarden met hun grootste gemak hun wil kunnen uitoefenen, omdat ze net daar niet onder directe invloed staan van hun superieuren. Maar zijn deze zielen ook geen Amerikanen? […] Spanje had ooit het grootste imperium van het universum, maar is nu niet alleen te machteloos om over de Nieuwe Wereld te heersen, maar ook om zichzelf in de Oude in stand te houden.”[44]

In zijn brief erkende Bolívar dus dat indien deze vijftien of zeventien Latijns-Amerikaanse staten onafhankelijk wilden worden, ze moesten samenwerken om in hun oorspronkelijke toestand te worden hersteld.[45] Daarnaast, moet men ermee rekening houden dat hij met zijn citaat Latijns-Amerika niet als één natie beschouwde, maar dat hij eerder een verbond van Spaans-Amerikaanse naties wou stichten.[46] Deze laatste visie drukte hij in 1822 in het Panama-congres duidelijker uit. Het kwam in essentie eigenlijk neer op twee ideeën. Ten eerste wou hij dat de leiders van de bevrijde Latijns-Amerikaanse continenten een Amerikaans beleid zouden vaststellen dat inspirerend zou zijn voor de rest van de wereld. Ten tweede hoopte hij een supranationaal bemiddelingsorgaan voor de Latijns-Amerikaanse landen vast te stellen dat bij voorkeur uitging van een supranationale wetgever.[47]

In deze twee bovenstaande ideeën kan men meteen gelijkenissen met de Verenigde Naties zien. Terwijl Bolívar de wens uitdrukt om een arbitrageorgaan te creëren, heeft de Verenigde Naties er één opgericht onder Hoofdstuk VI van het Handvest van de Verenigde Naties (artikel 33 tot 38 Handvest van de Verenigde Naties). Daarnaast kan men stellen dat daar waar El Liberator een supranationaal orgaan over de vijftien of zeventien onafhankelijke staten wou, de Verenigde Naties nu beschouwd kan worden als het coördinerend orgaan van 192 staten.[48]

4.2. Brief uit Jamaica, het revolutionaire taalgebruik en mensenrechten

Een andere reden waarom de Brief uit Jamaica zo belangrijk is, zit hem in het woordgebruik van El Liberator. Dit woordgebruik was een weerklank van de revolutionaire stemmen die men in Londen kon horen. Deze mensen reageerden tegen de slavernij met de uitvinding van woorden, taal of metaforen.[49] Iets wat Las Casas ook al had proberen te doen. Een aantal citaten uit de Brief uit Jamaica kunnen dit bevestigen. Bolívar schreef bijvoorbeeld: “we worden gecontroleerd door een systeem dat ons beroofd van de rechten waar we recht op hebben en die ons ten opzichte van openbare aangelegenheden in een permanente staat van kindsheid laat”.[50] Door het gebruik van de metafoor: “we leven in een permanente staat van kindsheid”, maakte Bolívar aan de buitenwereld duidelijk dat de Spanjaarden de inwoners van zijn land als kinderen beschouwde zonder enige beslissingsbevoegdheid. Maar Bolívar ging verder dan Las Casas. Hij creëerde zijn eigen revolutionaire theorie over politieke vrijheid en zelfbeschikkingsrecht in de Latijns-Amerikaanse staten.[51] Het was er hem er namelijk om te doen dat hij de wereld buiten het Latijns-Amerikaanse continent kon overtuigen dat hij in zijn droom om Latijns-Amerika onafhankelijk te maken, zou slagen.

Eenmaal we dit weten, is de vergelijking met de Franse Mensenrechtenverklaring van 1789 gemakkelijk te maken. De twee teksten zijn ontstaan uit dezelfde geest: terwijl de Verklaring van 1789 een opstand was tegen het Ancien Regime,[52] was de Brief uit Jamaica een opstand tegen de onderdrukking van de Europeanen. Daarnaast mogen we niet vergeten dat beide teksten dezelfde doelstelling hebben. Ze verkondigen namelijk dat hun landgenoten in deze landen gelijk zijn, een gevoel van collectiviteit hebben en de wil hebben om vrije en onafhankelijke staten of individuen te zijn.

We kunnen dus besluiten dat de gelijkenis tussen Bolívars Brief uit Jamaica en de Franse Mensenrechtenverklaring niet gezocht kan worden in de letterlijke bewoording van beide teksten, maar eerder in de geest ervan.

Besluit

Net zoals Oscar Guardiola-Rivera aangaf, hebben Las Casas en Simón Bolívar veel gemeen. Enerzijds kunnen hun geschriften zowel in betekenis als in stijl direct gekoppeld worden aan de Franse Mensenrechtenverklaring van 1789 en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948. Anderzijds is ook de reden waarom ze hun geschriften schreven ook dezelfde namelijk de revolte tegen de slavernij en het verlangen om vrije wezens te zijn. Dit is volgens de auteur een aspect dat Oscar Guardiola-Rivera wou duidelijk maken toen hij schreef dat er tussen beide documenten veel gelijkenissen bestonden.

Toch kunnen we niet stellen dat dit het enige is dat de Verdediger van de indianen (Las Casas) en El Liberator (Simón Bolívar) gemeen hebben. Ze moeten volgens de auteur ook beschouwd worden als de hoofdrolspelers van de ontstaansgeschiedenis van het internationaal recht: Las Casas als pleitbezorger van onafhankelijke en soevereine staten in de debatten van Valladolid en Bolívar als voorvader van de Verenigde Naties.

 

Bibliografie

Primaire Bronnen

French Declaration of the Rights of Man and Citizen 1789.

Charter of the United Nations 1945.

Universal Declaration of International Human Rights 1948.

Secondaire Bronnen

 Boeken

Beuchot, M. (1994), Los Fundamentos de los Derechos Humanos en Bartholomé de las Casas, Barcelona, Anthropos, 1994.

Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press.

Cassese, A. (2005), International Law, 2nd ed., Oxford, Oxford University Press.

Charlesworth, H. and Chinkin, C. (2000), The boundaries of international law. A feminist analysis, Manchester, Manchester University Press.

Douzinas, C. (2000), The End of Human Rights. Critical Legal Thought at The Turn of The Century, Oxford, Hart Publishing.

Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail.

Guardiola–Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing.

Guardiola–Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 29 - 42.

Ishay, M. (2007), The Human Rights Reader. Major political Essays, Speeches, and Documents from Ancient Times to the Present, 2nd ed., Routledge, New York.

Joyce, R. (2010), Westphalia. Event, memory, myth in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 55 - 68.

Las Casas, B. (1992), A Short Account of the Destruction of the Indies, trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books.

Lynch, J. (1973), The Spanish American Revolutions 1808 – 1826, London, Wiedenfeld and Nicolson.

Lynch, J. (2006), Simón Bolívar. A Life, New Haven, Yale University Press.

Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications.

Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xiii – xli.

The Jamaica Letter. (6 September 1815), in Hugo Chávez presents Simón Bolívar. The Bolívarian Revolution (2009). Ed. Matthew Brown, London, Verso, 40 – 64.

 Tijdschriften

Rotschild, E (1992), Adam Smith and Conservative Economics. The Economic History Review, 45, (1) 74 - 96, available from http://www.jstor.org/stable/2598329 [2nd December 2010].

 Websites

UN at a Glance. UN at Glance. [online] Available at http://www.un.org/en/aboutun/index.shtml [Accessed 21 November 2010].

 

Noten

[1] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 113-116.

[2] Charlesworth, H. and Chinkin, C. (2000), The boundaries of international law. A feminist analysis, Manchester, Manchester University Press, 23.

[3] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing.

[4] Vergelijk de zin “many commentators have observed common links between Las Casas’s conception, the French Declaration and the Universal Declaration of 1948, yet few have pointed out the one between these documents […] and Simón Bolívar’s Letter from Jamaica, written on 6 September 1815.” Te vinden in Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 115.

[5] Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail, 11 – 12.

[6] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 71 - 73.

[7] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 72.

[8] Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail, 15.

[9] Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 9. Vergelijk Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xvii.

[10] Vergelijk de Engelse zin te vinden op de achterflap van Las Casas, B. (1992), A Short Account of the Destruction of the Indies, trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, stating the following: “A work of great passion and documentary vividness, it embodied his belief that the early evangelizing vision of Christopher Columbus […] was corrupted by […] later conquistadores into a genocidal colonization”.

[11] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 107.

[12] Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xiii.

[13] Márkus Op, G., Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 1988, 9 - 13. Vergelijk Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xvii.

[14] Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xvii – xxv.

[15] Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 17.

[16] Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 24.

[17] Las Casas, B. (1992), A Short Account of the Destruction of the Indies, trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, achterflap.

[18] Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xxvii.

[19] Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press, 34 no. 16.

[20] Zie voor meer informatie over deze theorie bijvoorbeeld Guardiola – Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 29 - 42.

[21] Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press, 35 no. 16; Cassese, A. (2005), International Law, 2nd ed., Oxford, Oxford University Press, 23.

[22] Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press, 36 no. 16; Cassese, A. (2005), International Law, 2nd ed., Oxford, Oxford University Press, 23 - 24.

[23] Cassese, A. (2005), International Law, 2nd ed., Oxford, Oxford University Press, 24. Vergelijk Joyce, R. (2010), Westphalia. Event, memory, myth in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 55.

[24] Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xxx.

[25] Guardiola – Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 30.

[26] Guardiola – Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 32.

[27] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 114.

[28] Charlesworth, H. and Chinkin, C. (2000), The boundaries of international law. A feminist analysis, Manchester, Manchester University Press, 24.

[29] Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press, 52 no. 27.

[30] Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 24. Vergelijk Guardiola – Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 32.

[31] Márkus Op, G. (1988), Bartholomé de Las Casas, The Gospel of Liberation, Dublin, St. Paul Publications, 24 - 25.

[32] Vergelijkbare analyse in Pagden, A. (1992), Introduction. In A Short Account of the Destruction of the Indies Ed. by Las Casas, B., trans. N. Griffin, 1st ed., London, Penguin Books, xxx, Guardiola – Rivera, O. (2010), Absolute contingency and the prescriptive force of international law, Chiapas – Valladolid, ca. 1550 in Events: The Force of International Law. Ed. Johns, F., Richard, J. and Pahuja, S., Abingdon, Routledge, 32, Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 114.

[33] Silvio Zabala in Beuchot, M. (1994), Los Fundamentos de los Derechos Humanos en Bartholomé de las Casas, Barcelona, Anthropos, 1994 geciteerd als volgt in Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 115: “all the nations of the of the world are human, and of each and every human it is the correct definition that they all have equal will and understanding, all have senses, and all prefer what is good and find pleasure in what is appetizing and alluring, and reject that which is evil, unsavoury and harmful.”

[34] Vergelijk Article 1: “Men are born and remain free and equal rights; social distinctions may be based only upon general usefulness” geciteerd in Ishay, M. (2007), The Human Rights Reader. Major political Essays, Speeches, and Documents from Ancient Times to the Present, 2nd ed., Routledge, New York, 490. 

[35] The Jamaica Letter. (6 September 1815), in Hugo Chávez presents Simón Bolívar. The Bolívarian Revolution (2009). Ed. Matthew Brown, London, Verso, 40.

[36] Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail, 78 - 81.

[37] Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail, 80 - 81.

[38] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 156 - 158.

[39] Galeano, E. (2009), Open Veins of Latin America. Five Centuries of the Pillage of a Continent, trans. C. Belfrage, London, Serpent’s Tail, 82.

[40] Rotschild, E (1992), Adam Smith and Conservative Economics. The Economic History Review, 45, (1) 91, available from http://www.jstor.org/stable/2598329 [2nd December 2010].

[41] Rotschild, E (1992), Adam Smith and Conservative Economics. The Economic History Review, 45, (1) 85 and 94, available from http://www.jstor.org/stable/2598329 [2nd December 2010].

[42] Cassese, A. (1986), International Law in A Divided World, 1st ed., Oxford, Clarendon Press, 52 - 53 no. 27; Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 162-163.

[43] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 163.

[44] Zie voor het volledige (Engelse) citaat The Jamaica Letter. (6 September 1815), in Hugo Chávez presents Simón Bolívar. The Bolívarian Revolution (2009). Ed. Matthew Brown, London, Verso, 44.

[45] Lynch, J. (2006), Simón Bolívar. A Life, New Haven, Yale University Press, 213.

[46] Lynch, J. (2006), Simón Bolívar. A Life, New Haven, Yale University Press, 213.

[47] Lynch, J. (1973), The Spanish American Revolutions 1808 – 1826, London, Wiedenfeld and Nicolson, 252.

[48] Vergelijk UN at Glance, available from http://www.un.org/en/aboutun/index.shtml [21 November 2010].

[49] Guardiola – Rivera, O. (2010), What If Latin America Ruled The World? How the South Will Take the North into the 22nd Century, London, Bloomsbury Publishing, 166-167.

[50] The Jamaica Letter. (6 September 1815), in Hugo Chávez presents Simón Bolívar. The Bolívarian Revolution (2009). Ed. Matthew Brown, London, Verso, 49.

[51] Lynch, J. (2006), Simón Bolívar. A Life, New Haven, Yale University Press, 36.

[52] Douzinas, C. (2000), The End of Human Rights. Critical Legal Thought at The Turn of The Century, Oxford, Hart Publishing, 87.

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht