home | archief | Huizen van deradicalisering
16 maart 2015
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend
Detentie mag in de toekomst niet langer voedingsbodem zijn voor om het even welke vorm van radicalisering

Huizen van deradicalisering

In de gevangenissen van Brugge en in Ittre komen afdelingen voor zwaar geradicaliseerden (DM 14/3). Men zal er inzetten op hun disengagement. Voor het overige zal men degenen die nog niet zover zijn spreiden over de strafinrichtingen.

Het is aangetoond dat in de gevangenissen kleine criminelen groot worden en grote criminelen er gemakkelijk hun netwerk kunnen uitbouwen. In de context van vandaag neemt dit fenomeen soms de kleur van islamitische radicalisering aan. Maar het fenomeen speelt evenzeer in de context van de drugshandel.

Spreiden en isoleren zijn beproefde maatregelen om de risico's te beperken. Isoleren doen we zo weinig mogelijk. We willen geen martelaren maken. Maar we kunnen niet voorbij aan de vaststelling dat de risico's die we pogen in te perken precies ontstaan door de detentie te laten plaatsvinden in gevangenissen en dat we blijven zoeken naar oplossingen binnen diezelfde context. Dat men daarom opnieuw werk wil maken van het in toom houden van de gevangenispopulatie is toe te juichen. Toch mogen we ervan uitgaan dat detentie nodig zal blijven. De minister spreekt van een maximum van 10.000 gedetineerden. Toch een pak mensen.

Differentiëren door in gevangenissen speciale afdelingen op te richten, soms om risico's te beperken, soms om er bijzondere programma's in te ontwikkelen, gaat voorbij aan de vaststelling die binnen de schoot van de Verenigde Naties al werd gemaakt in... 1975. Van grote inrichtingen, klinkt het bij het United Nations Social Defence Research Institute, is geweten dat ze administratieve- en managementprocessen, routine en uniformisering nodig maken, die tegengesteld zijn aan de geïndividualiseerde aanpak. Alles, van voeding tot ontspanning, moet er in schema's. Individuele keuze moet wijken voor planning. Dit conflicteert duidelijk met de vooropgestelde doelen zoals ze vertaald dienen te worden in individuele detentieplannen. De sfeer van anonimiteit zet aan tot gevoelens van machteloosheid en zinloosheid, isolatie en verbittering. Bovendien zorgt die schaal voor een informele gedetineerdensubcultuur, waar codes gelden en een criminele hiërarchie heerst. Die instituten beklemtonen de afwijzing door de buitenwereld van hen die we dienen te reïntegreren. Elk programma dat er in wordt ontwikkeld, wordt zo tegengewerkt door de omgeving waarin dit dient te gebeuren.

Een onderscheiden aanpak en een gedifferentieerde cultuur is er met andere woorden moeilijk tot stand te brengen. De beïnvloeding blijft. Daarom pleiten we onvermoeibaar voor de ontwikkeling van kleine detentiehuizen. Die detentiehuizen sluiten beter aan op de gemeenschap waar gedetineerden ná hun straf opnieuw hoe dan ook weer deel van uitmaken. Het concept bouwt verder op de aanbevelingen van 1975 en op de bepalingen van de wet-Dupont. Zulke kleine detentiehuizen declasseren minder en laten toe met meer succes te differentiëren.

We moeten ervoor zorgen dat detentie in de toekomst niet langer een voedingsbodem is voor om het even welke vorm van radicalisering. Het negentiende-eeuwse concept van detentie, de gevangenis, met uniforme regimes, moet geleidelijk plaats ruimen voor een gedifferentieerde aanpak in kleine detentiehuizen, waar het individuele detentieplan de gedetineerde daadwerkelijk voorbereidt op zijn reïntegratie.

We mogen hopen dat de aanpak van de radicalisering de poort mag openen voor een structurele modernisering van de detentie in ons land.

Lieven Nollet, Ronny De Meyer, Hans Claus (namens De Huizen, vzw die ijvert voor vervanging van grote gevangenissen door kleine detentie- huizen) en Jos Vander Velpen (voorzitter van de Liga voor Mensenrechten).

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht