home | archief | Kinderrechtenactoren niet akkoord met het wetsvoorstel betreffende uitbuiting bedelarij
11 juni 2013
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend
PERSBERICHT 06/06/13

Kinderrechtenactoren niet akkoord met het wetsvoorstel betreffende uitbuiting bedelarij

Deze dagen wordt een wetsvoorstel betreffende de uitbuiting van bedelarij besproken in de Commissie Binnenlandse Zaken van de Senaat. Voorbij de emoties die het fenomeen van bedelen met kinderen oproept, is het noodzakelijk om stil te staan bij oplossingen die hiervoor gevonden moeten worden. De bedelarij waarbij sommige kinderen betrokken zijn, is slechts de zichtbare top van een complexe en veel onzichtbaardere problematiek.

Sinds 2005 voorziet het Strafwetboek in de bestraffing van exploitatie van bedelarij en mensenhandel, met verzwarende omstandigheden indien dit gebeurt ten aanzien van minderjarigen. Het wetsvoorstel dat momenteel wordt bediscussieerd, wil specifiek de “handeling die erin bestaat op wat voor manier ook gebruik te maken van een persoon om hem direct of indirect te betrekken bij een poging om het openbare medelijden op te wekken” strafbaar stellen. Aan de verzwarende omstandigheden dat deze handeling

Het wetsvoorstel komt er in een context van economische crisis die zorgt voor een hoger armoedecijfer in Europa en een restrictief beleid op het vlak van arbeid en migratie. Een aantal kwetsbare doelgroepen worden hierdoor hard getroffen, waaronder zeer specifiek de Roma gemeenschappen. Deze groepen worden al eeuwenlang gediscrimineerd en de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie in 2007 heeft hun situatie er niet op verbeterd.

Vele ouders van Roma-afkomst bedelen uit noodzaak. Het profiel van ouders die bedelen met hun kinderen is nochtans niet steeds hetzelfde. Sommigen zijn effectief slachtoffer van criminele netwerken. Dit wil echter niet zeggen dat dit het geval is voor elke ouder die bedelt met een kind. Elke situatie moet dus geval per geval bekeken worden, rekening houdend met het belang van het kind en met het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) van 20 november 1989.

Wat er ook van zij, in alle gevallen zijn de risicofactoren die ervoor zorgen dat kinderen betrokken worden bij bedelarij dezelfde: armoede, sociale uitsluiting, discriminatie en een gebrek aan sociale bescherming.

gebeurt ten aanzien van een minderjarige, voegt het wetsvoorstel toe “ongeacht of er al dan niet verwantschap bestaat tussen de betrokkenen”. Het wetsvoorstel is dus duidelijk bedoeld om bedelen met kinderen te bestraffen.

Zelfs als we het ermee eens zijn dat een kind niet thuishoort op straat, is vanuit deze vaststelling ons standpunt dat er in de eerste plaats een sociaal antwoord moet komen op het bedelarijvraagstuk. Dit door hun recht op verblijf en op werk te garanderen, en door een adequate sociale bescherming te bieden.

Heel anders is de situatie bij kinderen die effectief worden uitgebuit door georganiseerde netwerken of in omstandigheden die suggereren dat ze niet ‘vrij’ handelen (zware schulden die terugbetaald moeten worden aan derden…). Mensenhandel is een van de ergste vormen van uitbuiting bij kinderen in Europa. Dit noodzaakt een aanpak op zowel nationaal als internationaal niveau. Deze problematiek stopt immers aan onze landsgrenzen.

In dit geval, moeten we ons de vraag stellen of ons bestaand juridisch arsenaal voldoende is om personen die minderjarigen uitbuiten door ze in te zetten in de bedelarij, te bestraffen.

Bij gevallen van mensenhandel, die uiteraard streng moeten vervolgd worden, voorziet de bestaande wetgeving rond de strijd tegen mensenhandel al alle nodige instrumenten om te kunnen strijden tegen de uitbuiting van minderjarigen. Ook bij gedwongen bedelarij. Het is dus niet nodig om de bestaande wet aan te passen.

Volgens de kinderrechtenactoren is het wetsvoorstel overbodig omdat onze wetgeving al voorziet in het treffen van maatregelen tegen ouders die hun kind uitbuiten in het kader van bedelarij, of waarbij hun morele, fysieke psychische of seksuele integriteit wordt aangetast.

In het geval van uitbuiting door derden, is het daarenboven absurd om de volwassenen die ook slachtoffer zijn aansprakelijk te stellen. De mensenhandelaars moeten vervolgd worden en zowel volwassenen als kinderen moeten hiertegen beschermd worden.

Om bedelarij met kinderen te bestrijden, stellen wij een globale aanpak voor die het belang van het kind centraal plaatst, zoals vastgelegd is in het IVRK:

- Zoeken naar een sociaal antwoord, waarbij geval per geval wordt bekeken en waarbij de verschillende beleidsniveaus en terreinorganisaties met expertise betrokken worden;

- Een beter beleid voeren rond de bescherming van kinderen zodat men , na het voeren van grondig sociaal onderzoek, kan bepalen wat de situatie is van elk kind dat op straat is en waarbij er aangepaste oplossingen worden gezocht voor hen en hun ouders;

- Bestaande beperkingen betreffende toegang tot de arbeidsmarkt opheffen;

- Beleid toepassen dat als doel heeft de socio-professionele integratie van deze gezinnen te verzekeren en toegang te verlenen tot huisvesting;

- Acties ondernemen voor een betere integratie van Roma-kinderen in het onderwijs, zoals een versterking van de bemiddelaars in de betrokken gemeentes;

- Maatregelen uitvoeren tegen mensenhandel op nationaal en internationaal niveau;

- Actie ondernemen in de landen van herkomst zodat de rechten van deze minderheden beter gerespecteerd worden, met specifieke aandacht voor het recht op onderwijs en de toegang tot de arbeidsmarkt.

Ondertekend door :

- Association Françoise Dolto

- Association pour le droit des étrangers (ADDE)

- ATD Quart Monde Belgique/België

- BAPN (Réseau Belge de Lutte contre la Pauvreté)

- Centre de Médiation des Gens du Voyage et des Roms en Wallonie

- CIRE (Coordination et initiatives pour réfugiés et étrangers)

- Coordination des ONG pour les droits de l’enfant (CODE, 12 organisaties)

- Crefi

- DEI Belgique

- Délégué général aux droits de l’enfant

- Gardanto, vereniging van Nederlandstalige voogden van Niet-begeleide Minderjarige Vreemdelingen

- Gezinsbond

- GRIP

- Kinderrechtencoalitie Vlaanderen (28 organisaties)

- Kinderrechtswinkel

- Liga voor Mensenrechten

- Ligue des droits de l’Homme

- Ligue des familles

- Plan Belgique/Plan België

- Plate-forme Mineurs en exil/Platform Kinderen op de vlucht

- Réseau Wallon de Lutte contre la pauvreté (RWLP)

- Service droit des jeunes de Bruxelles

- UNICEF Belgique/UNICEF België

- VIC Kinderrechten ngo

- Jacques Fierens, Professeur extraordinaire à l'Université de Namur et de Liège

- Thierry Moreau, Directeur du Centre interdisciplinaire des droits de l’enfant (CIDE)

 

Contactgegevens

FR :

- Frédérique VAN HOUCKE, Coordination des ONG pour les droits de l’enfant, 02/223.75.00,

- Maud DOMINICY, UNICEF Belgique, 02/230.59.70,

NL :

- Farah LAPORTE, Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, 09/225.90.25

 

 

 

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht