home | archief | Nationaal Mensenrechteninstituut: een stand van zaken
01 juli 2014
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend

Nationaal Mensenrechteninstituut: een stand van zaken

Auteur Stefanie Gryson

België heeft, in tegenstelling tot haar buurlanden, nog altijd geen Nationaal Mensenrechteninstituut (NMRI). Tijdens de Universele Periodieke Evaluatie (Universal Periodic Review of UPR) in 2011 werden er enkele aanbevelingen gedaan door de VN-Mensenrechtenraad. Een ervan was de oprichting van een NMRI. De regering Di Rupo voorzag in het regeerakkoord 2011 in de oprichting van een NMRI. In juli 2012 werd dit plan geconcretiseerd. Er werd beslist om in het najaar 2012 een interkabinetaire werkgroep op te richten.

Noch de werkgroep, noch het NMRI zijn tot op heden gerealiseerd.

Dat België geen NMRI heeft, heeft tot gevolg dat het geen stemrecht heeft binnen het International Coordination Committee of National Institutions for the Promotion and Protection of Human Rights (ICC). Om dit te bekomen is er nood aan een NMRI met volwaardig A-status.

Historie:

In 1946 werd er voor het eerst verwezen naar nationale mensenrechteninstellingen. Het was in dat jaar dat de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (VN) de lidstaten aanmoedigde om een dergelijke instelling op te richten. Daaraan werd in 1947 gevolg gegeven door Frankrijk door de oprichting van de Commission nationale consultative des droits de l’homme. Jaren later, in 1991, werden de Principes van Parijs opgesteld. Deze principes formuleren richtlijnen voor staten de nationale mensenrechteninstellingen willen oprichten. In 1993 moedigde de wereldconferentie voor Mensenrechten in Wenen staten opnieuw aan om een Nationale Mensenrechteninstituut te creëren. In dat jaar werd ook het Internationaal Coördinatiecomité van Nationale Mensenrechteninstellingen (International Coordination Committee of National Institutions for the Promotion and Protection of Human Rights of ICC) opgericht. Om hier lid van te zijn moeten landen een NMRI hebben dat de Principes van Parijs respecteert en dus een A-status heeft. Enkel NMRI met een A-status, waarbij er volledig is voldaan aan de Principes van Parijs, krijgen stemrecht binnen dit Coördinatiecomité. NMRI met een B-status mogen enkel als waarnemer deelnemen en hebben dus geen stemrecht.

België heeft tot op de dag van vandaag nog geen NMRI, maar er is al heel wat werk verzet om een NMRI in België op te richten. In 2003 voorzag het regeerakkoord in de oprichting van een nationaal instituut ter bevordering en de bescherming van mensenrechten in België. In 2006 stelde een platform van ngo’s, waaronder de Liga voor Mensenrechten, een concreet voorstel van samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de deelstaten voor, dat tot de oprichting van een Belgische Commissie voor de Grondrechten moest leiden.

In 2011 nam het dossier een nieuwe start, naar aanleiding van de Universele Periodieke Evaluatie (Universal Periodic Review of UPR) van België door de VN-Mensenrechtenraad. Het UPR is een uniek proces waarbij om de vier à vijf jaar de mensenrechtensituatie en -aanpak in elk van de 193 VN-lidstaten geëvalueerd wordt door de andere lidstaten. Ons land ontving in 2011 voor de eerste keer een UPR-rapport, waarbij België in dat kader zelf 88 aanbevelingen aanvaardde die gemaakt werden door diverse landen. De oprichting van een NMRI in overeenstemming met de Principes van Parijs was één van de aanbevelingen. Hieraan gevolg gevend, vermeldt het regeerakkoord van 1 december 2011 expliciet het plan om een NMRI op te richten. In het najaar van 2012 werd er beslist om een interkabinettaire werkgroep op te richten. Die werkgroep kwam er op initiatief van de ministers van gelijke kansen en justitie, Milquet en Turtelboom. De werkgroep moest tegen 30 juni 2013 een ontwerp van samenwerkingsakkoord houdende de oprichting van een NMRI uitwerken. Dit is tot op heden nog niet gebeurd. Gezien in 2016 de volgende UPR sessie van ons land doorgaat en tegen dan alle 88 aanbevelingen volledig moeten opgevolgd zijn, is er nog werk aan de winkel. Een eerste stap in de goede richting is het wetsvoorstel van 10 juli 2013 houdende de oprichting van een mensenrechteninstituut.

De noodzakelijkheid van Nationaal Mensenrechteninstituut:

Het woord mensenrechten is vandaag niet meer weg te denken uit de samenleving, niettemin wil dit niet zeggen dat ze daarbij gerespecteerd worden. Ook in België worden op dagelijkse basis mensenrechten geschonden, denkende aan discriminatie, politiegeweld, schendingen van sociaal en economische rechten,….. België heeft al heel wat instanties in het leven geroepen die hierop inzetten en dit opvolgen zoals het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding, Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, Comité P, de Federale, Vlaamse en Waalse Ombudsman, de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind en het Kinderrechtencommissariaat. Het probleem met deze instanties is dat ze enkel functioneren vanuit hun eigen mandaat en eigen dynamiek. Een platform voor samenwerking ontbreekt.

Er is dus nood aan een NMRI, gezien dergelijk instituut over een ruim mandaat beschikt om bestaande lacunes op het vlak van mensenrechten op te vullen. Een Nationaal Mensenrechteninstituut is nodig om de hiaten in de bescherming en de bevordering van de mensenrechten in België weg te werken. Mensenrechten komen in allerlei internationale en Europese verdragen terug, alsook in de grondwet van een land. Het is van het grootste belang dat deze worden opgevolgd en gerespecteerd en dit is de belangrijkste taak die voor het NMRI is weggelegd. Er is dringend nood aan een instituut dat voorziet in de opvolging van de eindconclusies van comités van experts, van rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en van andere evoluties op internationaal en regionaal gebied.

Taken van een Nationaal Mensenrechteninstituut:

Volgens de Principes van Parijs moet een mensenrechteninstituut de naleving van mensenrechten bevorderen en deze binnen de nationale rechtsorde beschermen en een zo breed mogelijk mandaat hebben dat alle mensenrechten omvat. Een derde taak die een NMRI kan hebben is de behandeling van klachten.

-          Een NMRI heeft de bevoegdheid om na te gaan of de huidige en toekomstige wetgeving conform is met de bepalingen van internationale en Europese mensenrechtenverdragen waarbij de staat partij is. Een NMRI moet ook de sociale gevolgen van wetten op de bevolking nagaan en eventueel de regering aanraden om deze aan te passen. Het kan verder toezicht houden op de praktijken van bepaalde overheidsdiensten zoals de politie, het leger, gevangenissen en hen helpen om hun mensenrechtenverplichtingen beter na te komen. Een NMRI kan ook een rol spelen bij de rapportverplichtingen ten aanzien van mensenrechtenorganen van de VN en de Raad van Europa, het kan erop toezien dat België de aanbevelingen van internationale toezichtsorganen uitvoert.

-          Een NMRI heeft ook de taak mensenrechten te promoten. Dit kan ze doen door informatie te verzamelen en te verspreiden, door vormingen en opleidingen te geven, door onderzoek te doen of prijzen toekennen aan mensen of organisaties voor hun inzet voor de mensenrechten.

-          De Principes van Parijs laten de mogelijkheid open om een NMRI toe te laten individuele klachten te behandelen.

De voorwaarden waaraan moet voldaan worden:

Op dit moment is het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, de instelling die het dichtst in de buurt komt van een volwaardig NMRI. Het Centrum heeft echter een B-status, wat wil zeggen dat het enkel mag optreden als waarnemer bij het ICC en geen stemrecht heeft. Indien een NMRI voldoet aan de voorwaarden van de Principes van Parijs krijgt zijn een A-status met stemrecht.

De voornaamste vereisten volgens de Principes van Parijs zijn:

-          Een NMRI moet een zo ruim mogelijk mandaat hebben, dat zich uitstrekt over alle categorieën van mensenrechten, en gericht is op zowel de bescherming als de bevordering of promotie van mensenrechten;

-          Een NMRI moet onafhankelijk zijn. Het instituut dient in staat te zijn zijn prioriteiten vast te stellen op basis van een wettelijk omschreven mandaat waarin de bevoegdheid is vastgesteld om zelfstandig, vrij van sturing door de overheid onderzoek te doen naar schendingen van de mensenrechten, hierover standpunt te kunnen innemen en een breed publiek hierover in te lichten.

-          Een NMRI moet ook voldoen aan de eisen van pluriformiteit: een NMRI moet een weerspiegeling zijn van verschillende, bij mensenrechtenbescherming betrokken actoren in de samenleving. De principes van Parijs lijsten indicatief de relevante actoren op die bij de werking van het instituut moeten worden betrokken.

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht