home | archief | Ook wie weg is, is gezien?
03 juli 2013
Permalink Afdrukken Delen op Facebook Delen op Twitter Mail een vriend
Hoe effectief is cameratoezicht in de openbare ruimte?

Ook wie weg is, is gezien?

Camerabewaking maakt vandaag de dag een integraal deel uit van het lokale veiligheidsbeleid. Steeds vaker kiezen gemeentebesturen ervoor straten en pleinen te beveiligen met camera’s om overlast te ontraden en/of gewelddaden vast te stellen. De publieke ruimte raakt langzaam maar zeker gevuld met bewakingscamera’s. Het totaal aantal camera’s in het publieke domein of op voor het publiek toegankelijke plaatsen wordt begin 2012 op zo’n 200.000 geschat. Een verdrievoudiging sinds 2010. Midden 2011 beschikt ruim de helft van de Vlaamse steden en gemeenten over een vorm van publiek cameratoezicht.

Het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid (KATHO) voerde in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken het onderzoek ‘Cameratoezicht in de openbare ruimte, een kwantitatieve analyse’ uit. Uit deze eerste Belgische effectenstudie blijkt echter dat camerabewaking amper effect heeft op het aantal misdrijven. In de straten rond een plaats waar camera's staan, neemt het aantal misdrijven zelfs toe. 

De onderzoekers vergeleken het aantal misdrijven dat nu op bepaalde plaatsen wordt gepleegd met het aantal dat er plaatsvond voor de implementatie van de camera’s. De camera’s bleken nauwelijks een preventief effect te hebben, want in de buurten waar camera's staan, daalt het aantal misdrijven amper met 2 procent. In de omliggende straten stijgt het aantal misdrijven zelfs met 9 procent. Er is dus sprake van een zeker verplaatsingseffect.

Camerabewaking is nog het meest doeltreffend om de algemene criminaliteit, diefstal en vandalisme tegen te gaan. Al is ook hier het effect gering. Plaatsen waar dergelijke camera's staan, worden ook frequenter bezocht door politiepatrouilles, dus het is niet duidelijk of de geringe daling van het aantal misdrijven, effectief samenhangt met de aanwezigheid van de camera's of eerder te maken heeft met de verhoogde aanwezigheid van politie.

Uit de studie blijkt eveneens dat camerabewaking helemaal geen effect heeft op overlast, geweld, bedreigingen en fraude. Het aantal overlastfeiten lijkt zelfs toe te nemen, al kan dat volgens de onderzoekers ook worden toegeschreven aan een verhoogde registratie door toedoen van de camera's. Wat die feiten zelf betreft, zijn de camera's wel een handig hulpmiddel om daders en slachtoffers achteraf te identificeren, maar de camera’s voorkomen de feiten niet.

De studie wees ook op het belang van bewakingscamera's voor het onveiligheidsgevoel. Het grootste deel van de ondervraagden gelooft effectief dat de camera's criminaliteit voorkomen en voelt zich bijgevolg veiliger op plaatsen waar er dergelijke camera's staan. Ruim de helft van de respondenten ervaart cameratoezicht niet als een inbreuk op de privacy.

Op basis van bovenstaand onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan m.b.t. de implementatie van cameratoezicht:

  • Kies voor ‘verstandig cameratoezicht’, ingebed in een ruimer veiligheidsbeleid
  • Vertrek van een gedegen probleemanalyse: hot spots, hot times and hot crimes
  • Hou rekening met het (gering) effect van camerabewaking naargelang de criminaliteitsvorm
  • Verwacht geen wonderen van camerabewaking. Kies voor integrale strategieën
  • Formuleer duidelijke doelstellingen
  • Communiceer voldoende en op geregelde tijdstippen over het cameratoezicht
  • Bouw een evaluatie van de systemen in en stuur bij waar nodig

MORTELE, J., VERMEERSCH, H., DE PAUW, E., HARDYNS, W. & DEPRINS, F. (2013). Cameratoezicht in de openbare ruimte.  Ook wie weg is, is gezien?, Reeks Politiestudies, nr. 6, Maklu.

Aan (E-mail adres)


Van (E-mail adres)


Bericht