[Actueel]

[België opnieuw veroordeeld door Europees Hof voor opsluiting van kinderen zonder papieren]

2010-01-26

België opnieuw veroordeeld door Europees Hof voor opsluiting van kinderen zonder papieren

Muskhadziyeva tegen België, 19 januari 2010

Op 19 januari werd België opnieuw veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor de opsluiting van minderjarige kinderen in gesloten centra voor vreemdelingen. Opnieuw, want in 2006 werd de Belgische overheid al eens veroordeeld naar aanleiding van de opsluiting en uitwijzing van het 5-jarige Congolese meisje Tabitha (Hof Mensenrechten, 12 oktober 2006, Mubilanza Mayeka en Kaniki Mitunga t. België). Naar aanleiding van deze zaak kwam een wettelijke regeling tot stand (de Voogdijwet) die ervoor zorgde dat niet-begeleide minderjarigen niet langer in gesloten centra terechtkomen. De wetgever oordeelde echter dat het arrest niet tot gevolg had dat ook een einde gesteld moest worden aan de opsluiting van kinderen samen met hun ouders. En daar gaat deze nieuwe veroordeling nu precies over.

Op 12 oktober 2006 vroeg de Tsjetsjeense Aina Muskhadzhiyeva in België asiel aan voor zichzelf en haar vier minderjarige kinderen (Alik, 6 jaar; Liana, 5 jaar; Khadizha, 3 jaar en Louisa, 7 maanden). Ze had geen identiteitsbewijs bij zich, maar via haar vingerafdrukken kon men achterhalen dat ze de EU was binnengekomen via Polen. De DublinII-verordening maakt het mogelijk om asielaanvragers in een EU-land terug te sturen naar het eerste land in de EU waar ze een aanvraag indienden. België keurde de asielaanvraag dus af, en zou het gezin uitwijzen naar Polen.

Op 22 december werd het gezin opgepakt en opgesloten in het centrum 127bis. Verschillende pogingen om deze opsluiting aan te vechten (voor de Raadkamer en het Hof van Beroep) leverden niets op. Intussen ging de gezondheid van de kinderen snel achteruit. Op 11 januari werden ze onderzocht door Artsen Zonder Grenzen. Er werd vastgesteld dat de kinderen, en vooral Kadhiza, ernstige symptomen vertoonden van psychische en lichamelijke trauma's. Khadizha leed onder posttraumatische stress en bleek veel angstiger te zijn dan andere kinderen van haar leeftijd. Ze had regelmatig nachtmerries waaruit ze roepend en huilend wakker werd, ze verstopte zich onder tafel zodra ze iemand in uniform zag, en sloeg haar hoofdje tegen de muren. Liana had ademhalingsproblemen. Tien dagen later volgde een tweede onderzoek door AZG, waarbij de dokter vaststelde dat de situatie nog verslecht was. Ook de moeder stond onder grote stress, wat een negatief effect had op de toestand van de kinderen. De dokter meende dat het gezin vrijgelaten moest worden om verdere psychische schade te vermijden.
Op 24 januari werd cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing om hun opsluiting te verlengen. Dezelfde dag werd het gezin uitgewezen.
In Polen werden de kinderen opnieuw onderzocht door een psycholoog, die meende dat de toestand van Kadizha kritiek was, en wellicht te wijten aan haar detentie in België.

Het Hof begint zijn redenering met een verwijzing naar de zaak Tabitha. Daarin kwam het tot de conclusie dat de opsluiting van Tabitha in een gesloten centrum voor volwassenen een onmenselijke en vernederende behandeling was. Ze was er ver van haar ouders, er was niemand die zich over haar moest ontfermen, er was geen bijzondere omkadering of psychologische begeleiding. Dat de kinderen in deze nieuwe zaak vergezeld waren van hun moeder, doet niet af aan de plicht van de Belgische overheid om kinderen te beschermen en het belang van het kind steeds voorop te stellen, zo stelt het Hof (§58). De kinderen verbleven meer dan een maand in een gesloten centrum dat niet aangepast is aan de noden van kinderen. Daarbij kwam nog hun slechte gezondheidstoestand. Het Hof benadrukt dat het Verdrag voor de Rechten van het Kind (art 22) de lidstaten ertoe verplicht om kinderen die asiel willen aanvragen, de nodige bescherming en bijstand te bieden, of ze nu alleen zijn of in het gezelschap van hun ouders (§62). Het besluit dan ook dat de detentie van de jonge kinderen, gedurende een maand, en gezien hun gezondheidsproblemen, een onmenselijke en vernederende behandeling uitmaakt (§63).

In hoofde van de moeder stelt het Hof geen schending vast van artikel 3 EVRM. Het Hof meent dat de schending van de mensenrechten van een familielid enkel een vernederende of mensenonterende behandeling kan uitmaken als er een extra dimensie is, bijvoorbeeld door de bijzondere relatie met het slachtoffer, de mate waarin het familielid getuige is geweest van de feiten, of door de manier waarop de autoriteiten omgingen met een klacht. Het Hof meent dat de zaak zich hierin wel duidelijk onderscheidt van de zaak Tabitha. Tabitha's moeder verbleef op het moment van de feiten in Canada, en kreeg van de Belgische overheid enkel een telefoonnummer van het gesloten centrum. In de zaak Muskhadzhiyeva mochten moeder en kinderen de hele tijd samen blijven, wat het leed wellicht verzacht heeft, aldus het Hof (§66).

Intussen worden in België bijna geen kinderen meer opgesloten in gesloten centra. Er loopt al een tijd een proefproject met zogenaamde 'terugkeerwoningen'. Gezinnen met kinderen worden zo niet langer in een gesloten centrum geplaatst, maar in een woning, waar ze onder begeleiding van een coach en mits naleving van een aantal voorwaarden, hun gezinsleven kunnen verderzetten. Een eerste evaluatie van dit initiatief vind je hier: www.vluchtelingenwerk.be.


[Brief aan de cipiers]

2010-01-23

Brief aan de cipiers

zaterdag 23 januari 2010
auteur: Marc Tassier
bron: DeStandaard Online

STAKING TREFT GEVANGENEN - Het gevangenispersoneel staakt te snel, en schendt daarmee volgens MARC TASSIER de rechten van de gedetineerden.

Geachte penitentiair beambten, de voorbije twintig jaar heb ik in verschillende gevangenissen met velen van jullie samengewerkt. Degenen die mij kennen, weten dat ik me bezighield met onderwijs aan gedetineerden.

Ik heb veel respect gekregen voor jullie job, en voor de manier waarop de meesten van jullie die uitvoeren. Gedetineerden zijn geen gemakkelijk publiek om rustig mee te werken, de overbevolking maakt alles veel moeilijker, de infrastructuur is meestal beroerd. Maar dat belet niet dat velen onder jullie op een menselijke manier omgaan met de gedetineerden en aandacht hebben voor hun problemen. Ik heb mogen ondervinden dat jullie positief staan tegenover het onderwijsaanbod in de gevangenis, waar ik aan meegewerkt heb. Ik heb suggesties gekregen voor betere lessen, en ik merk dat penitentiair beambten gedetineerden stimuleren om lessen te volgen. En ik mag bevestigen dat collega's uit andere sectoren mijn waardering delen.

Niet al mijn ervaringen zijn echter positief. De stakingsgolf die verleden week weer over de gedetineerden rolde is een totaal foute actie. Er wordt te gemakkelijk gestaakt, en deze stakingen saboteren een humane behandeling van gedetineerden en hun basisrechten als mens en als burger.

Gesterkt door mijn achting voor jullie, geef ik mijn kritiek op de stakingen. Ik weet dat jullie niet vereenzelvigd mogen worden met deze acties die niet alleen een vergissing zijn, maar grondig verkeerd. Ik schrijf deze brief omdat het debat over deze stakingen alleen maar een resultaat kan hebben als het open gevoerd wordt.

Waar blijft de zorgplicht?

Stakingen van het penitentiair personeel hebben een zwaardere impact dan andere stakingen. Als het spoor staakt worden de reizigers 'gegijzeld', maar het staat die reiziger nog altijd vrij om terug naar huis te gaan, of boodschappen te doen, of een auto te nemen.

De gedetineerde wordt letterlijk gegijzeld. Hij is al opgesloten. In 'normale omstandigheden' moet hij voor bijna alles toelating vragen. Bij een staking wordt de opsluiting nog radicaler: hij blijft 24 uur op cel, wandeling en ontspanning vallen weg, er zijn geen vormingsactiviteiten meer, gedaan met de schaarse sociale contacten.

Gaat het hier om luxeactiviteiten, waar gedetineerden toch geen recht op hebben? Een deel van de goegemeente denkt er zo over, en is dat ook de mening van sommige stakers. Maar de gijzeling van de gedetineerden gaat verder dan luxeactiviteiten. Afspraken met de sociale dienst en met welzijnswerkers vallen weg, er zijn geen therapeutische sessies. Er is geen bezoek meer van familie. Wat dat betekent voor mensen bij wie de relatie zo al onder druk staat, is hopelijk duidelijk. Of is het de bedoeling om ook partner en kinderen te pesten? De rechtsgang wordt verstoord: een gesprek met advocaten is onmogelijk, zittingen op de rechtbank moeten uitgesteld worden, beslissingen van commissies verdaagd. Hier wordt onrecht gecreëerd.

Het is duidelijk dat een staking gedetineerden zeer zwaar treft. Zij komen terecht in een situatie van nog grotere rechteloosheid, waar zij geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. Dit leidt niet alleen tot een boel ongemak, maar bouwt ook kwaadheid op en wrok. Is het de bedoeling van de stakers dat de sfeer in de gevangenis na afloop ervan grondig verpest is? Het lijkt me kortzichtig actie te voeren tegen moeilijke werkomstandigheden, met middelen die de frustraties van gedetineerden alleen maar kunnen verhogen.

Mijn kritiek is niet zozeer dat een staking voor praktische problemen zorgt. Dat hoort zo bij een staking. Maar fundamenteel is dat uw corps een zorgplicht heeft. Gedetineerden zijn voor hun rechten en hun welzijn volledig afhankelijk van het personeel. En een staking komt in de huidige omstandigheden neer op een verzaken aan die zorgplicht. De parallel met ziekenhuizen, politie, brandweer, ligt voor de hand. Men moet bij deze stakingen niet alleen de vraag stellen of ze zin hebben, en of de basisorganisatie van de gevangenis overeind blijft (gelukkig, ze krijgen nog eten). We moeten de vraag durven stellen of ze ethisch verantwoord zijn. Ik stel deze vraag aan jullie, aan degenen die met overtuiging staken, maar ook aan de velen die hun twijfels hebben. Ik stel de vraag ook aan de leiding van de vakbonden. Is die het eens met acties die ethisch betwistbaar zijn?

Geen absolute rechten

Mijn vragen willen een bijdrage zijn tot een discussie. Dit geldt ook voor het voorstel voor een minimale dienstverlening bij stakingen. Voor politie, brandweer, verplegend personeel, geldt dit al. Ik weet dat het idee alleen al vakbondsmilitanten de kast op jaagt. Ja, het stakingsrecht is heilig. Maar de beroepsgroepen waarmee ik jullie daarnet vergeleek hebben toch ook stakingsrecht? Het aanvaarden van minimale dienstverlening zal het respect voor jullie alleen maar verhogen. Dan wordt het duidelijk dat jullie geen sleuteldragers zijn die alleen maar 'bewaken', maar dat jullie een belangrijk beroep hebben. Aan jullie is de zorg voor mensen toevertrouwd zijn, en die mensen zijn totaal van jullie afhankelijk.

Minimale dienstverlening of niet, het gaat erom dat de essentiële mensenrechten van gedetineerden en hun familie gewaarborgd blijven. Het kan niet dat wij in onze samenleving voor eigen rechten kunnen opkomen en tegelijk de rechten van anderen met de voeten mogen treden.

MARC TASSIER
Wie?
Voorzitter van het Netwerk Samenleving en Detentie.
Wat? Er moet een minimale dienstverlening komen tijdens cipiersstakingen.
Waarom? Gevangenen hebben ook recht op een menswaardige behandeling.


[Stemming inzake Stockholm programma nadert: mail uw bezwaren]

2009-11-30

Op maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 zullen de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de verschillende Europese lidstaten debatteren en stemmen over het 'Stockholm Programma' (zie eur-lex.europa.eu en www.statewatch.org ) op de JBZ-Raad te Brussel (zie www.consilium.europa.eu, p.8). Het Stockholm programma is een beleidsverklaring met betrekking tot het Europese beleid inzake justitie en binnenlandse zaken voor de periode 2010-2014 en vormt de opvolger van de Tampere en Den Haag programma's. Dit nieuwe beleidsprogramma zal ondertekend worden onder het Zweedse voorzitterschap - vandaar de naam 'Stockholm Program' - en werd voorbereid door een speciale werkgroep namelijk de 'Future Group' of 'Toekomstgroep' (zie www.statewatch.org ).

In de nieuwsbrief van oktober uitte de Liga reeds haar bezwaren m.b.t. dit beleidsprogramma dat Europa steeds meer autoritaire trekjes geeft. Vele verregaande veiligheidsmaatregelen die destijds werden ingevoerd als uitzonderlijke en tijdelijke, maar zogenaamd noodzakelijke maatregelen in de strijd tegen terreur, zijn acht jaar later tot de norm verheven in het 'Stockholm Programma' met onvoldoende garanties tegen willekeur en misbruik. In deze nieuwsbrief wil de Liga burgers die dit ongenoegen delen, oproepen om hun ongenoegen kenbaar te maken aan de verantwoordelijke ministers. Het nieuwe beleidsprogramma wordt goedgekeurd op Europees niveau, maar we kunnen wel onze nationale ministers, met name mevr. Annemie Turtelboom (Minister van Binnenlandse Zaken) en dhr. Stefaan De Clerck (Minister van Justitie), oproepen om alvast de huidige tekst van dit beleidsprogramma niet goed te keuren!

Onderstaande tekst kan u gebruiken voor een email aan de betrokken ministers; het heeft waarschijnlijk meer effect indien u inspiratie heeft voor een eigen tekst. U kan beide ministers aanschrijven via min.annemie.turtelboom@ibz.fgov.be en stefaan.declerck@just.fgov.be.

Geachte heer/mevrouw de minister,

Op maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 zal u samen met de overige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de verschillende Europese lidstaten deelnemen aan het debat en de stemming over het 'Stockholm Programma' op de JBZ-Raad te Brussel met betrekking tot het Europese beleid inzake justitie en binnenlandse zaken voor de komende beleidsperiode 2010-2014.

Het aanbevelingsrapport van de 'Future Group' of 'Toekomstgroep' doet serieuze vragen rijzen met betrekking tot de bescherming van grondrechten, en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens, en vormt een stap dichter bij een autoritaire samenleving. In de mededeling van de Europese Commissie wordt wel reeds erkend dat meer nadruk moet worden gelegd op de bescherming van grondrechten, maar een loutere lippendienst aan het recht op privacy volstaat uiteraard niet. Concrete voorstellen in die zin blijven uit en de vrees dat de concrete aanbevelingen uit het rapport van de 'Future Group' toch gerealiseerd zullen worden, blijven dan ook overeind.

De Europese Unie gaat met het Stockholm Programma voor de volgende vijf jaar op zoek naar een nieuw 'evenwicht' tussen veiligheid en privacy. Het beleidsprogramma is daarbij doordrongen van de overtuiging dat het noodzakelijk is om het traditionele dogma waarbij collectieve veiligheid en individuele vrijheid worden beschouwd als twee tegengestelde concepten die elkaar uitsluiten, wordt overstegen. Wanneer de staat echter de volledige controle op het doen en laten van haar burgers vereist in naam van de collectieve veiligheid, kan er geen sprake meer zijn van individuele vrijheid en wordt onze fel bevochten democratie ondermijnd door maatregelen die ogenschijnlijk worden ingezet om ze net te beschermen.

Vele verregaande veiligheidsmaatregelen die destijds werden ingevoerd als uitzonderlijke en tijdelijke, maar zogenaamd noodzakelijke maatregelen in de strijd tegen terreur, zijn acht jaar later tot de norm verheven in het 'Stockholm Programma' met onvoldoende garanties tegen willekeur en misbruik. Het programma voorziet o.m. in nieuwe richtlijnen voor politiesamenwerking, terrorismebestrijding, immigratie, asiel en grenscontroles. De Europese Unie gaat hierin veel verder dan de beruchte Amerikaanse Patriot Act.

Ver van alle camera's heeft Europa reeds verschillende regels aanvaard inzake het gebruik van vingerafdrukken, DNA, telecommunicatie- en vluchtgegevens (zgn. 'passenger name records'), etc. en er zijn verregaande mogelijkheden voor het uitwisselen van dergelijke persoonsgegevens in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Het Stockholm programma is hierop een nieuw vervolg. Ook wil men voortaan, meer dan nu het geval is, gegevens in Europese databanken zelf gaan bewaren. Tot nu toe ging het voornamelijk over het toegankelijk maken van verschillende nationale databanken binnen de EU. De bedoeling is om de gegevens in dergelijke databanken ook automatisch te gaan verwerken op basis van welbepaalde criteria (i.e. datamining). Hierdoor kan men in de toekomst met één druk op de knop machines laten bepalen of iemand al of niet als staatsgevaarlijk beschouwd moet worden. Door het samenvoegen van allerlei gegevens zal het bijgevolg mogelijk worden de levenswandel van elke burger na te gaan. Ook de toegang tot deze databanken zou men meer automatisch willen organiseren.

Zoals gezegd, wordt in de mededeling van de Europese Commissie wel erkend dat meer nadruk moet worden gelegd op de bescherming van grondrechten en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens, maar een loutere lippendienst aan het recht op privacy volstaat uiteraard niet. Concrete voorstellen in die zin blijven uit. Initiatieven die daarentegen rechtshandhavingsinstanties en veiligheids- en inlichtingendiensten meer slagkracht moeten geven, worden wel uitvoerig besproken, zeker in het aanbevelingsrapport van de 'Future Group', en daarbij worden essentiële principes uit het Europese wetgevend kader inzake gegevensbescherming, zoals het doelbindingsbeginsel, zonder meer met de voeten getreden.

De Europese Unie laat zo haar eigen principes ver achter zich. De hele creatie van de vrije Europese markt had juist tot doel dat personen, goederen en kapitaal vrij en zonder controle konden reizen binnen de Unie. Nu zal er terug controle zijn; zij het dan zonder dat mensen hiervan op de hoogte zijn. Een breed en internationaal platform van burgerrechtenorganisaties (zie euro-data.noblogs.org) kant zich dan ook tegen de huidige inhoud van het Stockholm Programma en waarschuwt voor een 'databank-samenleving' waarbij het vermoeden van onschuld wordt omgekeerd en elke burger als een potentiële verdachte wordt beschouwd.

Als de Europese Unie haar streven naar "een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger" oprecht meent dan moet zij betere garanties uitwerken voor de fundamentele rechten en vrijheden in haar nieuwe beleidsprogramma voor justitie en binnenlandse zaken. Concrete voorstellen inzake gegevensbescherming vindt u onder meer in het advies van de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger van 10 juli 2009.

Het fundamentele principe moet echter steeds blijven dat het recht op privacy maar geschonden kan worden wanneer dit absoluut noodzakelijk is in een democratische samenleving en proportioneel is ten aanzien van het legitieme doel dat wordt nagestreefd. Om onze democratie te vrijwaren, is het duidelijk dat dergelijke ingrepen bij voorbaat slechts 'uitzonderlijk' en 'tijdelijk' kunnen worden ingeroepen en nooit tot de norm kunnen worden verheven. Een reflectie op lange termijn is bovendien noodzakelijk vanwege het feit dat terrorisme en ernstige criminaliteit geen nieuwe verschijnselen zijn en niet als tijdelijke verschijnselen kunnen worden aangemerkt. Één van de kernelementen van terrorismebestrijding impliceert bijgevolg dat wij zorg dragen voor het behoud van fundamentele waarden die de grondslag van onze democratische maatschappijen vormen. Het huidige Europese beleidsprogramma inzake justitie en binnenlandse zaken gaat echter steeds verder in het normaliseren van privacyschendende maatregelen en verwart 'nuttige en bruikbare' met 'noodzakelijke' maatregelen.

Ik wil u alvast vragen om binnen de JBZ-Raad van maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 een pleidooi te houden bij uw collega-ministers voor meer concrete garanties voor fundamentele rechten en vrijheden en in geen geval het beleidsprogramma in haar huidige vorm goed te keuren.

Hoogachtend,


[Consensus inzake Telecom Pakket laat wrange nasmaak]

2009-11-29

Vincent Ooms

Na meer dan 2 jaar onderhandelen heeft het Europees parlement een consensus bereikt over de aanpassing van een aantal richtlijnen inzake elektronische communicatie, het zogenaamde 'Telecom Package', waaronder de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie. Het doel van de aanpassingen aan deze laatste richtlijn was om de rechten van de consument te verbeteren inzake tarifering en privacy. Een nobele motivering, de uitkomst echter ligt mijlenver van de beoogde doelstelling. Vooral de maatregelen rond de toegankelijkheid van het internet laten een wrange nasmaak na.

De opgang van het internet is een relatief nieuw fenomeen. In de beginjaren leek het alsof internet het ultieme vrije medium ging worden: praktisch, toegankelijk en censuurloos. Aanvankelijk was internet ook een soort wetteloze wild west waar avonturiers een fortuin konden vergaren, denk maar aan bedrijven als Google en E-bay. Geleidelijk aan begon het bij beleidsmakers door te dringen dat ze een volledig nieuwe speeltuin hadden om regels en wetten te creëren. Met als extra toemaatje dat het nieuwe medium nooit geziene kansen voor informatievergaring bood. Een kans die men niet kan laten liggen.

Een uiting van hoe privacy en internetgebruik verder aan banden worden gelegd, vinden we terug in één van de nieuwe richtlijnen van de Europese Unie, uit het zogenaamde 'Telecom Package', die de oude richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie uit 2002 moet vervangen. Het meest controversiële element uit de nieuwe richtlijn is ongetwijfeld de beperkte internettoegang. Die komt er mede door de invloed van Frankrijk die zo'n beperking reeds op nationaal niveau doorvoerde. In Frankrijk kan men voortaan iemand zijn/haar internettoegang beperken na drie waarschuwingen, in de eerste plaats voor overtredingen op de auteurswet. Deze sanctie kan opgelegd worden zonder tussenkomst van een onafhankelijke rechter. De nieuwe richtlijn sluit zich hierbij aan, aanvankelijk was er wel een amendement voorzien om de tussenkomst van een rechter te verzekeren bij een eventuele afsluiting. Dat amendement is gesneuveld, in de plaats ervan is er een lauw stukje tekst gekomen dat stelt dat internettoegang enkel ontzegd kan worden volgens maatregelen die passen binnen een democratische staat. Die vage toevoeging zorgt ervoor dat het een kwestie van interpretatie zal worden. De schrapping van de expliciete vermelding van een gerechtelijke tussenkomst wijst er alleszins op dat men deze niet verplicht acht.

Frankrijk ziet zijn 'three strikes' systeem dus gelegitimeerd, dit zet de deur open voor de invoering van een gelijkaardig systeem in andere lidstaten, het Verenigd Koninkrijk is alvast van plan om gelijkaardige maatregelen te nemen.
Het three strikes systeem is problematisch op verschillende niveau's. Een eerste bedenking is de uitvoerbaarheid van de maatregel. Mensen delen vaak een IP adres, in een gezin bijvoorbeeld. Hoe straf je dan enkel de overtreder? Verder zijn er meerdere internetproviders, die verschillende vormen van internet aanbieden, waardoor overtreders makkelijk terug toegang kunnen krijgen tot internet. Een tweede bedenking is dat het zeer makkelijk is om op internet inhoud te downloaden die auteursrechterlijk beschermd is. Aanbieders van die inhoud zijn vaak creatief in het omzeilen van controle-instanties, waardoor het moeilijk is om overtredingen te traceren. Een derde bedenking is de proportionaliteit van de straf. Iemand internet ontzeggen kan ernstige gevolgen hebben voor die persoon zijn/haar werksituatie en voor zijn/haar sociaal leven. Overigens kunnen rechterlijke instanties nu reeds mensen de toegang tot internet ontzeggen. Personen die werkelijk voor gevaar zorgen wanneer ze zich in cyberspace bevinden, zoals hackers en cyberpedofielen, kunnen nu al een internetverbod krijgen. Het 'three strikes' systeem viseert dus duidelijk de kleine gebruiker.
Nu in eerste instantie lijkt het 'three strikes' systeem een ongevaarlijke maatregel, omdat het onuitvoerbaar is. Bij voorbaat dode letter. Een overtreding is moeilijk te constateren, en een overtreder aanduiden is nog moeilijker. Het lijkt een maatregel te kunnen te worden die enkel op papier bestaat.
Net hier schuilt het gevaar. Wanneer autoriteiten gaan pogen om de maatregel wel toe te passen, op dat moment komt de privacy in het gevaar. Stel dat je gebruikers verplicht om internet te activeren via een chiplezer, die je elektronische identiteitskaart leest. Op dat moment ben je niet langer anoniem, zelfs al deel je een IP-adres. Eens geïdentificeerd is het makkelijk om je internetgebruik na te gaan, providers moeten binnenkort sowieso al een hele boel gegevens bewaren voor de overheid, ook een beslissing van Europa. In principe mag men niet zomaar gaan grasduinen in deze gegevens zonder een vermoeden van schuld. Dat vermoeden kan er echter al snel zijn, wanneer men sites bezoekt die illegale inhoud aanbieden bijvoorbeeld, de provider slaat deze informatie op, en moet ze vervolgens verplicht doorgeven. De wet op de auteursrechten is voor overheden een godsgeschenk om toegang te krijgen tot informatie over het virtueel leven van burgers. Zo goed als iedereen die beweegt in cyberspace overtreedt de auteurswetgeving, dit gebeurt vaak zelfs zonder dat de gebruiker er zich bewust van is.

Het is duidelijk dat internetverkeer steeds meer zal verlopen volgens de regels van overheden en multinationals zoals Google en Microsoft. Overheden wereldwijd leggen steeds meer restricties op, denk maar aan het Chinese 'Groene Dam' project. Multinationals als Google bepalen welke inhoud welke gebruikers krijgen. Ook gebruikers zijn verantwoordelijk voor deze evolutie. Al te vaak misleid door de term gratis maakt men gebruik van allerlei diensten, denk aan Google, Facebook, Netlog, Twitter... Echter, gratis bestaat niet, je betaalt die diensten in natura, door informatie over jezelf te geven. Niet dat die bedrijven bestuurd worden door kwaadaardige trollen die uit zijn op werelddestructie, het blijven wel gewoon bedrijven. Dit betekent dat ze jaarlijks uitleg en verantwoording, en vooral dividend moeten geven aan hun aandeelhouders. Ze moeten dus het maximum uit hun handelswaar krijgen, en hun handelswaar is informatie.

Het 'telecom package', en de beperkte internettoegang is weer een stap verder in de toenemende controle van overheden op het internetgebruik. Het bewust open laten van lacunes in de nieuwe richtlijn is geen goed teken. Dat de auteurswet hiervoor gebruikt wordt hoeft niet te verbazen, hierdoor treedt men binnen in bijna elke huiskamer. Net wanneer overheden juist zouden moeten nadenken over nieuwe regelingen rond auteursrechterlijk beschermd materiaal, door de alomtegenwoordigheid van dit materiaal op internet is een herziening van de auteurswet vereist. Nu zet men juist een stap terug, in plaats van een regularisering vindt er nu een criminalisering plaats. Het is nu aan consumenten en providers om hun verantwoordelijkheid te nemen. Providers moeten hun klanten beschermen, en de informatie waarover zij beschikken beschermen tegen misbruik, ook van de overheid. Consumenten moeten beseffen dat anonimiteit op internet niet bestaat, en bewust leren omgaan met sociale netwerksites, en andere sites waar men informatie vrijgeeft. Men moet beseffen dat internet geen vrij medium is.


[Rechtszaak tegen Nederlandse staat omwille van centrale opslag biometrische paspoortgegegevens]

2009-11-19

Iris Apon & Maartje De Schutter

In Nederland zijn verschillende organisaties zoals Vrijbit, Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten een proces begonnen tegen de Nederlandse staat. Samen proberen ze de Nederlandse regelgeving te veranderen die bepaald dat biometrische gegevens die worden verzameld n.a.v. het nieuwe biometrische paspoort of de ID-kaart worden opgeslagen in een centrale databank.

De invoering van biometrische paspoorten in alle Europese lidstaten vloeit voort uit een Europese regelgeving; meer bepaald "Verordening 2252/2004/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten". De nieuwe paspoorten zullen naast een digitale foto van het aangezicht ook de vingerafdrukken van de twee wijsvingers en een digitale handtekening bevatten. Deze gegevens worden opgeslagen op een Radio Frequency Indentification chip (RFID-chip) op het paspoort; een technologie die toelaat om gegevens vanop een zekere afstand uit te lezen op basis van radiogolven. De Europese reglementering bepaalt bovendien dat de lidstaten nationale wetgeving kunnen aannemen om vingerafdrukken ook op andere gegevensdragers op te slaan, bijvoorbeeld in een nationale databank. Nederland heeft dergelijke wetgeving aangenomen (zie www.eerstekamer.nl) en sinds 21 september 2009 worden digitale pasfoto's en vingerafdrukken in één centraal paspoortregister geregistreerd, samen met alle overige persoonsgegevens die vermeld worden op een paspoort of ID-kaart. Deze gegevens zouden aan inlichtingen- en veiligheidsdiensten en indirect ook aan Justitie ter beschikking worden gesteld (zie www.vrijbit.nl).

Biometrische paspoorten werden destijds op Europees niveau ingevoerd als een preventieve maatregel tegen misdaad en terrorisme; mede op aansturen van de VS na de aanslagen van 9/11. De strijd tegen terrorisme, illegale immigratie en handel in valse documenten kan echter niet gevoerd worden ten koste van fundamentele mensenrechten. Niet alleen is deze verordening destijds op een onrechtmatige wijze tot stand gekomen, ze werd ook gelegitimeerd op basis van ICAO-standaarden (International Civil Aviation Organisation, een VN-organisatie) waaraan men moest voldoen. De ICAO-standaard vereiste echter geen vingerafdrukken, een gedigitaliseerde foto van het aangezicht volstond. Het waren de toenmalige Europese ministers die oordeelden dat dit onvoldoende was en die de opname van vingerafdrukken aan het oorspronkelijke wetsontwerp hebben toegevoegd.

Tal van burgerrechtenorganisaties zijn echter van mening dat het steeds toenemende gebruik van biometrische gegevens en de manier waarop deze een onderdeel zijn geworden van ons dagelijkse leven een risico inhouden voor onze democratische samenleving. Het degradeert éénieder tot de status van een verdachte en versterkt tegelijkertijd de greep van de staat op zijn burgers. Uit studies blijkt bovendien dat biometrische paspoorten niet onvervalsbaar zijn en dat de opgeslagen biometrische gegevens in de RFID-chip onvoldoende beschermd zijn en misbruik toelaten. De RFID-chip zendt immers een radiosignaal uit die een identiteitscontrole mogelijk maakt op elk moment en op elke plaats zonder medeweten van de houder van het betrokken document. Het risico bestaat tevens dat ongemachtigde derden de chip kunnen lezen en persoonlijke informatie verkrijgen. Het feit dat de biometrische gegevens daarbovenop ook nog eens zouden worden opgeslagen in een centrale databank, maakt de kans op misbruiken alleen maar groter en is daarom onaanvaardbaar.

De organisatie Vrijbit heeft reeds een klacht ingediend tegen de Nederlandse wet bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Staatsburg omdat zij van mening zijn dat deze wetgeving een schending inhoudt van het recht op eerbiediging van het privé-leven (art. 8 van het EVRM). Het schorsingsverzoek werd echter onontvankelijk verklaard en het Hof is tot nu toe inhoudelijk niet op de klacht ingegaan. Vrijbit wil het hier niet bij laten en daarom starten ze samen met de organisaties Privacy First en het Platform Bescherming Burgerrechten een rechtszaak tegen de Nederlandse staat.

Ook België moet het biometrische paspoort invoeren. De Europese deadline hiervoor was 26 juni 2009, maar België zal pas tegen de 2e helft van 2010 klaar zijn om dergelijke paspoorten uit te reiken. Momenteel bestaat er op Belgisch niveau nog geen wetgeving die de centrale opslag van dergelijke gegevens mogelijk maakt, maar ook in België lijkt het de bedoeling om dit binnen afzienbare tijd te realiseren; zo bleek althans uit het antwoord op een recente parlementaire vraag . De Liga zal de evoluties in Nederland van nabij opvolgen en eventueel gelijkaardige stappen overwegen, mocht de Belgische regering besluiten om ook een centrale databank in te voeren voor deze hoogst gevoelige informatie.


.:.   .::.....

print inhoud

vul uw e-mail adres in
om onze nieuwsbrief te ontvangen...


zoek op deze site