|
|
[Actueel] [De Liga voor Mensenrechten moet blijven bestaan] 2010-03-30 Mensenrechten in Vlaanderen? De Liga voor Mensenrechten komt op voor mensenrechten in Vlaanderen. In Vlaanderen? Ja. Ook hier blijft het nodig om te ijveren voor het respect voor mensenrechten en tussen te komen bij schendingen. Vanaf januari 2011 verliest de Liga haar steun van de Vlaamse Overheid. Kan Vlaanderen zich permitteren om een organisatie die de mensenrechten promoot te laten verdwijnen in tijden waar meer en meer beslissingen worden genomen die de privacy aantasten, waar de rechten van gedetineerden nog steeds in de marge staan en waar de controle op de burger verscherpt wordt? Vlaanderen zonder een autonome mensenrechtenorganisatie is ondenkbaar. Steun de Liga. Word lid. Teken de online petitie. Doneer. Klik hier om de papieren petitie te downloaden, te ondertekenen, te verspreiden en vol handtekeningen terug te sturen naar Liga voor Mensenrechten, Gebroeders De Smetstraat 75, 9000 Gent. Dank! Download hier de flyer. Lees de persberichten: Verspreid deze oproep. Download de banner_light of banner_full. ['List of issues' van het VN-Comité voor de rechten van het kind] 2010-02-26 Het VN-Comité voor de rechten van het kind bezorgde begin deze maand een lijst met aandachtspunten en vragen aan onze regering. Op deze 'list of issues' moet de overheid een antwoord geven vooraleer de plenaire zitting met het VN-Comité plaatsvindt in mei. Deze lijst heeft het Comité samengesteld nadat ze al een schaduwrapport had ontvangen van de kinderrechtencoalitie, een koepel van kinderrechtenorganisaties. Deze mocht op 1 februari haar verslag bezorgen aan het VN-Comité. Dit rapport gaf te kennen welke prioriteiten de betrokken organisaties in België naar voren schuiven en op welke vlakken er aanpassingen zouden moeten gebeuren. Rekening houdend met dit schaduwrapport stelde het VN-Comité een lijst op met aandachtspunten en vragen. België zal in de periode van mei-juni gehoord worden door het Comité in verband met de toepassing en naleving van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Vooraleer deze plenaire zitting doorgaat zal de overheid dus nog een aantal antwoorden moeten formuleren op de lijst met vragen die ze van het Comité hebben ontvangen. De lijst met vragen is vrij divers maar een aantal aandachtspunten springen toch in het oog. Zo zal de overheid het Comité moeten inlichten hoe ze de participatie van kinderen in de gerechtelijke procedure probeert te optimaliseren. In het bijzonder wil het Comité vernemen hoe België mogelijkheden voorziet voor de minderjarigen opdat ze hun eigen mening kunnen uiten. Een eigen stem binnen de gerechtelijke procedure waar het gerecht dan ook rekening mee dient te houden. Daarnaast wil het Comité cijfers bekomen van de voorbije jaren over het aantal gesignaleerde mishandelingen bij kinderen in detentie of voorhechtenis en hoe deze klachten zijn behandeld. De zogenaamde 'list of issues' maakt duidelijk dat het VN-Comité zeker aandacht schenkt aan de problematiek die ontstaat wanneer kinderen in aanraking komen met justitie. Door de Kinderrechtencoalitie en Coalition pour les Droits de l'Enfant (overkoepelende organisaties van kinderrechtenorganisaties binnen België) te aanhoren vooraleer de plenaire zitting plaatsvindt, kan er efficiënt gewerkt worden. Daarnaast kan het VN-Comité waar nodig kort op de bal spelen. Dit kan de optimalisatie van de toepassing van het Verdrag inzake de rechten van het Kind enkel maar ten goede komen. [België opnieuw veroordeeld door Europees Hof voor opsluiting van kinderen zonder papieren] 2010-01-26 België opnieuw veroordeeld door Europees Hof voor opsluiting van kinderen zonder papieren Muskhadziyeva tegen België, 19 januari 2010 Op 19 januari werd België opnieuw veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor de opsluiting van minderjarige kinderen in gesloten centra voor vreemdelingen. Opnieuw, want in 2006 werd de Belgische overheid al eens veroordeeld naar aanleiding van de opsluiting en uitwijzing van het 5-jarige Congolese meisje Tabitha (Hof Mensenrechten, 12 oktober 2006, Mubilanza Mayeka en Kaniki Mitunga t. België). Naar aanleiding van deze zaak kwam een wettelijke regeling tot stand (de Voogdijwet) die ervoor zorgde dat niet-begeleide minderjarigen niet langer in gesloten centra terechtkomen. De wetgever oordeelde echter dat het arrest niet tot gevolg had dat ook een einde gesteld moest worden aan de opsluiting van kinderen samen met hun ouders. En daar gaat deze nieuwe veroordeling nu precies over. Op 12 oktober 2006 vroeg de Tsjetsjeense Aina Muskhadzhiyeva in België asiel aan voor zichzelf en haar vier minderjarige kinderen (Alik, 6 jaar; Liana, 5 jaar; Khadizha, 3 jaar en Louisa, 7 maanden). Ze had geen identiteitsbewijs bij zich, maar via haar vingerafdrukken kon men achterhalen dat ze de EU was binnengekomen via Polen. De DublinII-verordening maakt het mogelijk om asielaanvragers in een EU-land terug te sturen naar het eerste land in de EU waar ze een aanvraag indienden. België keurde de asielaanvraag dus af, en zou het gezin uitwijzen naar Polen. Op 22 december werd het gezin opgepakt en opgesloten in het centrum 127bis. Verschillende pogingen om deze opsluiting aan te vechten (voor de Raadkamer en het Hof van Beroep) leverden niets op. Intussen ging de gezondheid van de kinderen snel achteruit. Op 11 januari werden ze onderzocht door Artsen Zonder Grenzen. Er werd vastgesteld dat de kinderen, en vooral Kadhiza, ernstige symptomen vertoonden van psychische en lichamelijke trauma's. Khadizha leed onder posttraumatische stress en bleek veel angstiger te zijn dan andere kinderen van haar leeftijd. Ze had regelmatig nachtmerries waaruit ze roepend en huilend wakker werd, ze verstopte zich onder tafel zodra ze iemand in uniform zag, en sloeg haar hoofdje tegen de muren. Liana had ademhalingsproblemen. Tien dagen later volgde een tweede onderzoek door AZG, waarbij de dokter vaststelde dat de situatie nog verslecht was. Ook de moeder stond onder grote stress, wat een negatief effect had op de toestand van de kinderen. De dokter meende dat het gezin vrijgelaten moest worden om verdere psychische schade te vermijden. Het Hof begint zijn redenering met een verwijzing naar de zaak Tabitha. Daarin kwam het tot de conclusie dat de opsluiting van Tabitha in een gesloten centrum voor volwassenen een onmenselijke en vernederende behandeling was. Ze was er ver van haar ouders, er was niemand die zich over haar moest ontfermen, er was geen bijzondere omkadering of psychologische begeleiding. Dat de kinderen in deze nieuwe zaak vergezeld waren van hun moeder, doet niet af aan de plicht van de Belgische overheid om kinderen te beschermen en het belang van het kind steeds voorop te stellen, zo stelt het Hof (§58). De kinderen verbleven meer dan een maand in een gesloten centrum dat niet aangepast is aan de noden van kinderen. Daarbij kwam nog hun slechte gezondheidstoestand. Het Hof benadrukt dat het Verdrag voor de Rechten van het Kind (art 22) de lidstaten ertoe verplicht om kinderen die asiel willen aanvragen, de nodige bescherming en bijstand te bieden, of ze nu alleen zijn of in het gezelschap van hun ouders (§62). Het besluit dan ook dat de detentie van de jonge kinderen, gedurende een maand, en gezien hun gezondheidsproblemen, een onmenselijke en vernederende behandeling uitmaakt (§63). In hoofde van de moeder stelt het Hof geen schending vast van artikel 3 EVRM. Het Hof meent dat de schending van de mensenrechten van een familielid enkel een vernederende of mensenonterende behandeling kan uitmaken als er een extra dimensie is, bijvoorbeeld door de bijzondere relatie met het slachtoffer, de mate waarin het familielid getuige is geweest van de feiten, of door de manier waarop de autoriteiten omgingen met een klacht. Het Hof meent dat de zaak zich hierin wel duidelijk onderscheidt van de zaak Tabitha. Tabitha's moeder verbleef op het moment van de feiten in Canada, en kreeg van de Belgische overheid enkel een telefoonnummer van het gesloten centrum. In de zaak Muskhadzhiyeva mochten moeder en kinderen de hele tijd samen blijven, wat het leed wellicht verzacht heeft, aldus het Hof (§66). Intussen worden in België bijna geen kinderen meer opgesloten in gesloten centra. Er loopt al een tijd een proefproject met zogenaamde 'terugkeerwoningen'. Gezinnen met kinderen worden zo niet langer in een gesloten centrum geplaatst, maar in een woning, waar ze onder begeleiding van een coach en mits naleving van een aantal voorwaarden, hun gezinsleven kunnen verderzetten. Een eerste evaluatie van dit initiatief vind je hier: www.vluchtelingenwerk.be. [Brief aan de cipiers] 2010-01-23 Brief aan de cipiers zaterdag 23 januari 2010 STAKING TREFT GEVANGENEN - Het gevangenispersoneel staakt te snel, en schendt daarmee volgens MARC TASSIER de rechten van de gedetineerden. Geachte penitentiair beambten, de voorbije twintig jaar heb ik in verschillende gevangenissen met velen van jullie samengewerkt. Degenen die mij kennen, weten dat ik me bezighield met onderwijs aan gedetineerden. Ik heb veel respect gekregen voor jullie job, en voor de manier waarop de meesten van jullie die uitvoeren. Gedetineerden zijn geen gemakkelijk publiek om rustig mee te werken, de overbevolking maakt alles veel moeilijker, de infrastructuur is meestal beroerd. Maar dat belet niet dat velen onder jullie op een menselijke manier omgaan met de gedetineerden en aandacht hebben voor hun problemen. Ik heb mogen ondervinden dat jullie positief staan tegenover het onderwijsaanbod in de gevangenis, waar ik aan meegewerkt heb. Ik heb suggesties gekregen voor betere lessen, en ik merk dat penitentiair beambten gedetineerden stimuleren om lessen te volgen. En ik mag bevestigen dat collega's uit andere sectoren mijn waardering delen. Niet al mijn ervaringen zijn echter positief. De stakingsgolf die verleden week weer over de gedetineerden rolde is een totaal foute actie. Er wordt te gemakkelijk gestaakt, en deze stakingen saboteren een humane behandeling van gedetineerden en hun basisrechten als mens en als burger. Gesterkt door mijn achting voor jullie, geef ik mijn kritiek op de stakingen. Ik weet dat jullie niet vereenzelvigd mogen worden met deze acties die niet alleen een vergissing zijn, maar grondig verkeerd. Ik schrijf deze brief omdat het debat over deze stakingen alleen maar een resultaat kan hebben als het open gevoerd wordt. Waar blijft de zorgplicht? Stakingen van het penitentiair personeel hebben een zwaardere impact dan andere stakingen. Als het spoor staakt worden de reizigers 'gegijzeld', maar het staat die reiziger nog altijd vrij om terug naar huis te gaan, of boodschappen te doen, of een auto te nemen. De gedetineerde wordt letterlijk gegijzeld. Hij is al opgesloten. In 'normale omstandigheden' moet hij voor bijna alles toelating vragen. Bij een staking wordt de opsluiting nog radicaler: hij blijft 24 uur op cel, wandeling en ontspanning vallen weg, er zijn geen vormingsactiviteiten meer, gedaan met de schaarse sociale contacten. Gaat het hier om luxeactiviteiten, waar gedetineerden toch geen recht op hebben? Een deel van de goegemeente denkt er zo over, en is dat ook de mening van sommige stakers. Maar de gijzeling van de gedetineerden gaat verder dan luxeactiviteiten. Afspraken met de sociale dienst en met welzijnswerkers vallen weg, er zijn geen therapeutische sessies. Er is geen bezoek meer van familie. Wat dat betekent voor mensen bij wie de relatie zo al onder druk staat, is hopelijk duidelijk. Of is het de bedoeling om ook partner en kinderen te pesten? De rechtsgang wordt verstoord: een gesprek met advocaten is onmogelijk, zittingen op de rechtbank moeten uitgesteld worden, beslissingen van commissies verdaagd. Hier wordt onrecht gecreëerd. Het is duidelijk dat een staking gedetineerden zeer zwaar treft. Zij komen terecht in een situatie van nog grotere rechteloosheid, waar zij geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. Dit leidt niet alleen tot een boel ongemak, maar bouwt ook kwaadheid op en wrok. Is het de bedoeling van de stakers dat de sfeer in de gevangenis na afloop ervan grondig verpest is? Het lijkt me kortzichtig actie te voeren tegen moeilijke werkomstandigheden, met middelen die de frustraties van gedetineerden alleen maar kunnen verhogen. Mijn kritiek is niet zozeer dat een staking voor praktische problemen zorgt. Dat hoort zo bij een staking. Maar fundamenteel is dat uw corps een zorgplicht heeft. Gedetineerden zijn voor hun rechten en hun welzijn volledig afhankelijk van het personeel. En een staking komt in de huidige omstandigheden neer op een verzaken aan die zorgplicht. De parallel met ziekenhuizen, politie, brandweer, ligt voor de hand. Men moet bij deze stakingen niet alleen de vraag stellen of ze zin hebben, en of de basisorganisatie van de gevangenis overeind blijft (gelukkig, ze krijgen nog eten). We moeten de vraag durven stellen of ze ethisch verantwoord zijn. Ik stel deze vraag aan jullie, aan degenen die met overtuiging staken, maar ook aan de velen die hun twijfels hebben. Ik stel de vraag ook aan de leiding van de vakbonden. Is die het eens met acties die ethisch betwistbaar zijn? Geen absolute rechten Mijn vragen willen een bijdrage zijn tot een discussie. Dit geldt ook voor het voorstel voor een minimale dienstverlening bij stakingen. Voor politie, brandweer, verplegend personeel, geldt dit al. Ik weet dat het idee alleen al vakbondsmilitanten de kast op jaagt. Ja, het stakingsrecht is heilig. Maar de beroepsgroepen waarmee ik jullie daarnet vergeleek hebben toch ook stakingsrecht? Het aanvaarden van minimale dienstverlening zal het respect voor jullie alleen maar verhogen. Dan wordt het duidelijk dat jullie geen sleuteldragers zijn die alleen maar 'bewaken', maar dat jullie een belangrijk beroep hebben. Aan jullie is de zorg voor mensen toevertrouwd zijn, en die mensen zijn totaal van jullie afhankelijk. Minimale dienstverlening of niet, het gaat erom dat de essentiële mensenrechten van gedetineerden en hun familie gewaarborgd blijven. Het kan niet dat wij in onze samenleving voor eigen rechten kunnen opkomen en tegelijk de rechten van anderen met de voeten mogen treden. MARC TASSIER [Stemming inzake Stockholm programma nadert: mail uw bezwaren] 2009-11-30 Op maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 zullen de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de verschillende Europese lidstaten debatteren en stemmen over het 'Stockholm Programma' (zie eur-lex.europa.eu en www.statewatch.org ) op de JBZ-Raad te Brussel (zie www.consilium.europa.eu, p.8). Het Stockholm programma is een beleidsverklaring met betrekking tot het Europese beleid inzake justitie en binnenlandse zaken voor de periode 2010-2014 en vormt de opvolger van de Tampere en Den Haag programma's. Dit nieuwe beleidsprogramma zal ondertekend worden onder het Zweedse voorzitterschap - vandaar de naam 'Stockholm Program' - en werd voorbereid door een speciale werkgroep namelijk de 'Future Group' of 'Toekomstgroep' (zie www.statewatch.org ). In de nieuwsbrief van oktober uitte de Liga reeds haar bezwaren m.b.t. dit beleidsprogramma dat Europa steeds meer autoritaire trekjes geeft. Vele verregaande veiligheidsmaatregelen die destijds werden ingevoerd als uitzonderlijke en tijdelijke, maar zogenaamd noodzakelijke maatregelen in de strijd tegen terreur, zijn acht jaar later tot de norm verheven in het 'Stockholm Programma' met onvoldoende garanties tegen willekeur en misbruik. In deze nieuwsbrief wil de Liga burgers die dit ongenoegen delen, oproepen om hun ongenoegen kenbaar te maken aan de verantwoordelijke ministers. Het nieuwe beleidsprogramma wordt goedgekeurd op Europees niveau, maar we kunnen wel onze nationale ministers, met name mevr. Annemie Turtelboom (Minister van Binnenlandse Zaken) en dhr. Stefaan De Clerck (Minister van Justitie), oproepen om alvast de huidige tekst van dit beleidsprogramma niet goed te keuren! Onderstaande tekst kan u gebruiken voor een email aan de betrokken ministers; het heeft waarschijnlijk meer effect indien u inspiratie heeft voor een eigen tekst. U kan beide ministers aanschrijven via min.annemie.turtelboom@ibz.fgov.be en stefaan.declerck@just.fgov.be. Geachte heer/mevrouw de minister, Op maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 zal u samen met de overige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de verschillende Europese lidstaten deelnemen aan het debat en de stemming over het 'Stockholm Programma' op de JBZ-Raad te Brussel met betrekking tot het Europese beleid inzake justitie en binnenlandse zaken voor de komende beleidsperiode 2010-2014. Het aanbevelingsrapport van de 'Future Group' of 'Toekomstgroep' doet serieuze vragen rijzen met betrekking tot de bescherming van grondrechten, en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens, en vormt een stap dichter bij een autoritaire samenleving. In de mededeling van de Europese Commissie wordt wel reeds erkend dat meer nadruk moet worden gelegd op de bescherming van grondrechten, maar een loutere lippendienst aan het recht op privacy volstaat uiteraard niet. Concrete voorstellen in die zin blijven uit en de vrees dat de concrete aanbevelingen uit het rapport van de 'Future Group' toch gerealiseerd zullen worden, blijven dan ook overeind. De Europese Unie gaat met het Stockholm Programma voor de volgende vijf jaar op zoek naar een nieuw 'evenwicht' tussen veiligheid en privacy. Het beleidsprogramma is daarbij doordrongen van de overtuiging dat het noodzakelijk is om het traditionele dogma waarbij collectieve veiligheid en individuele vrijheid worden beschouwd als twee tegengestelde concepten die elkaar uitsluiten, wordt overstegen. Wanneer de staat echter de volledige controle op het doen en laten van haar burgers vereist in naam van de collectieve veiligheid, kan er geen sprake meer zijn van individuele vrijheid en wordt onze fel bevochten democratie ondermijnd door maatregelen die ogenschijnlijk worden ingezet om ze net te beschermen. Vele verregaande veiligheidsmaatregelen die destijds werden ingevoerd als uitzonderlijke en tijdelijke, maar zogenaamd noodzakelijke maatregelen in de strijd tegen terreur, zijn acht jaar later tot de norm verheven in het 'Stockholm Programma' met onvoldoende garanties tegen willekeur en misbruik. Het programma voorziet o.m. in nieuwe richtlijnen voor politiesamenwerking, terrorismebestrijding, immigratie, asiel en grenscontroles. De Europese Unie gaat hierin veel verder dan de beruchte Amerikaanse Patriot Act. Ver van alle camera's heeft Europa reeds verschillende regels aanvaard inzake het gebruik van vingerafdrukken, DNA, telecommunicatie- en vluchtgegevens (zgn. 'passenger name records'), etc. en er zijn verregaande mogelijkheden voor het uitwisselen van dergelijke persoonsgegevens in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Het Stockholm programma is hierop een nieuw vervolg. Ook wil men voortaan, meer dan nu het geval is, gegevens in Europese databanken zelf gaan bewaren. Tot nu toe ging het voornamelijk over het toegankelijk maken van verschillende nationale databanken binnen de EU. De bedoeling is om de gegevens in dergelijke databanken ook automatisch te gaan verwerken op basis van welbepaalde criteria (i.e. datamining). Hierdoor kan men in de toekomst met één druk op de knop machines laten bepalen of iemand al of niet als staatsgevaarlijk beschouwd moet worden. Door het samenvoegen van allerlei gegevens zal het bijgevolg mogelijk worden de levenswandel van elke burger na te gaan. Ook de toegang tot deze databanken zou men meer automatisch willen organiseren. Zoals gezegd, wordt in de mededeling van de Europese Commissie wel erkend dat meer nadruk moet worden gelegd op de bescherming van grondrechten en in het bijzonder de bescherming van persoonsgegevens, maar een loutere lippendienst aan het recht op privacy volstaat uiteraard niet. Concrete voorstellen in die zin blijven uit. Initiatieven die daarentegen rechtshandhavingsinstanties en veiligheids- en inlichtingendiensten meer slagkracht moeten geven, worden wel uitvoerig besproken, zeker in het aanbevelingsrapport van de 'Future Group', en daarbij worden essentiële principes uit het Europese wetgevend kader inzake gegevensbescherming, zoals het doelbindingsbeginsel, zonder meer met de voeten getreden. De Europese Unie laat zo haar eigen principes ver achter zich. De hele creatie van de vrije Europese markt had juist tot doel dat personen, goederen en kapitaal vrij en zonder controle konden reizen binnen de Unie. Nu zal er terug controle zijn; zij het dan zonder dat mensen hiervan op de hoogte zijn. Een breed en internationaal platform van burgerrechtenorganisaties (zie euro-data.noblogs.org) kant zich dan ook tegen de huidige inhoud van het Stockholm Programma en waarschuwt voor een 'databank-samenleving' waarbij het vermoeden van onschuld wordt omgekeerd en elke burger als een potentiële verdachte wordt beschouwd. Als de Europese Unie haar streven naar "een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger" oprecht meent dan moet zij betere garanties uitwerken voor de fundamentele rechten en vrijheden in haar nieuwe beleidsprogramma voor justitie en binnenlandse zaken. Concrete voorstellen inzake gegevensbescherming vindt u onder meer in het advies van de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger van 10 juli 2009. Het fundamentele principe moet echter steeds blijven dat het recht op privacy maar geschonden kan worden wanneer dit absoluut noodzakelijk is in een democratische samenleving en proportioneel is ten aanzien van het legitieme doel dat wordt nagestreefd. Om onze democratie te vrijwaren, is het duidelijk dat dergelijke ingrepen bij voorbaat slechts 'uitzonderlijk' en 'tijdelijk' kunnen worden ingeroepen en nooit tot de norm kunnen worden verheven. Een reflectie op lange termijn is bovendien noodzakelijk vanwege het feit dat terrorisme en ernstige criminaliteit geen nieuwe verschijnselen zijn en niet als tijdelijke verschijnselen kunnen worden aangemerkt. Één van de kernelementen van terrorismebestrijding impliceert bijgevolg dat wij zorg dragen voor het behoud van fundamentele waarden die de grondslag van onze democratische maatschappijen vormen. Het huidige Europese beleidsprogramma inzake justitie en binnenlandse zaken gaat echter steeds verder in het normaliseren van privacyschendende maatregelen en verwart 'nuttige en bruikbare' met 'noodzakelijke' maatregelen. Ik wil u alvast vragen om binnen de JBZ-Raad van maandag 30 november en dinsdag 1 december 2009 een pleidooi te houden bij uw collega-ministers voor meer concrete garanties voor fundamentele rechten en vrijheden en in geen geval het beleidsprogramma in haar huidige vorm goed te keuren. Hoogachtend, |
|
|||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||