[Standpunten]

[Antifoltercomité publiceert rapport over België | persbericht]

2010-07-30

Het Europese antifoltercomité (CPT) heeft zijn vijfde rapport over België publiek gemaakt. In een lijvig rapport doet het Comité zijn bevindingen uit de doeken. Het comité maakt zich zorgen over het gebrek aan bijstand van een advocaat bij aanhouding en over de steeds voortdurende overbevolking in de Belgische gevangenissen.
De Belgische overheid heeft 6 maanden de tijd om te antwoorden op de aanbevelingen van het CPT.

Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat niemand onderworpen mag worden aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Om deze bepaling beter in praktijk te kunnen brengen, werd binnen de Raad van Europa een Comité ter Preventie van Foltering opgericht. Het comité bestaat uit onafhankelijke leden met verschillende achtergronden (dokters, advocaten, experts in het politie- of gevangeniswezen,…). Het CPT heeft het recht om onbeperkt en onaangekondigd detentiecentra in de lidstaten van de Raad van Europa te bezoeken. Het gaat om gevangenissen en politiecellen, maar ook om gesloten asielcentra, psychiatrische instellingen en instellingen voor minderjarige delinquenten. Na een dergelijk bezoek deelt het Comité zijn bevindingen mee in een rapport dat aan de lidstaat wordt overgemaakt. Ondanks het feit dat de aanbevelingen van het CPT niet afdwingbaar zijn, bestaat voor de lidstaten een grote morele druk om ze in rekening te brengen en de situatie te verbeteren.

Van 28 september tot 7 oktober 2009 bracht het CPT haar vijfde bezoek aan België.
Verschillende gevangenissen, politiecellen en andere instellingen werden bezocht. Toen de CPT-delegatie de politiecellen in het Brusselse justitiepaleis wilde bezoeken, werden ze door de verantwoordelijke politie-ambtenaar de toegang geweigerd en werd hen gevraagd om onmiddellijk het gebouw te verlaten. Buiten dit incident (na bemiddeling kon het CPT uiteindelijk wel binnen), verliepen de bezoeken goed.

Het CPT herhaalde twee aanbevelingen die het reeds in het verleden geformuleerd heeft, maar waar nog steeds geen beterschap in is.
Het CPT dringt erop aan dat men onmiddellijk na een aanhouding (administratief of gerechtelijk) toegang moet hebben tot een advocaat. Het CPT verwijst ook naar een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Salduz t. Turkije, n° 36391/02).
Het CPT blijft ervan overtuigd dat dringend een minimumdienstverlening moet worden voorzien in gevangenissen tijdens personeelsstakingen. Nu doen zich tal van problemen voor wanneer het gevangenispersoneel staakt: de menswaardige behandeling van de gedetineerden komt in het gedrang.
Deze zaken werden ook in de vorige rapporten al aangehaald. Het CPT hamert erop dat België snel actie moet ondernemen.

Het Antifoltercomité heeft een zeer lijvig en goed gedocumenteerd rapport geschreven. Problemen worden aangekaart en concrete voorstellen en aanbevelingen worden geformuleerd. De Liga voor Mensenrechten hoopt dat de Belgische overheid de aanbevelingen ter harte zal nemen.

Het volledige rapport van het CPT kan u raadplegen op:
www.cpt.coe.int/documents/bel/2010-24-inf-fra.htm

Klik hier voor een bondige samenvatting van het rapport.


[Het maatschappelijk middenveld roept op tot intrekking van de dataretentierichtlijn | persbericht]

2010-07-02

Het maatschappelijk middenveld roept op tot intrekking van de dataretentierichtlijn

Meer dan 100 organisaties uit 23 Europese landen vroegen de afgelopen week in een gezamenlijke brief aan de EU-commissarissen Malmström, Reding en Kroes om "de afschaffing van de Europese vereisten inzake algemene dataretentie voor te stellen, ten voordele van een systeem dat de gerichte bewaring van verkeersgegevens vergemakkelijkt en optimaliseert". Onder meer organisaties die de burgerlijke vrijheden, de gegevensbescherming en de mensenrechten verdedigen, de operatoren van crisislijnen en noodoproepen, professionele verenigingen van journalisten, juristen en dokters, vakbonden, consumptieorganisaties en industriële verenigingen hebben deze brief ondertekend.

De Europese richtlijn inzake dataretentie die werd goedgekeurd in 2006, verplicht nu telefonie- en internetbedrijven om lukraak gegevens over alle communicatie van hun klanten te verzamelen. Volgens de brief maakt een dergelijke algemene dataretentie het mogelijk om vertrouwelijke activiteiten en contacten onder meer met journalisten, crisislijnen en zakenpartners via datalekken en misbruiken openbaar bekend te maken. In de brief wordt erop gewezen dat allesomvattende dataretentie overtollig, schadelijk of zelfs ongrondwettig is in vele staten in gans Europa.

Klik hier voor de brief met ondertekenaars.

Klik hier voor het antwoord van Viviane Reding, vice-president of de European Commission Justice, Fundamental Rights and Citizenschip.


[Kan de staatsveiligheid niet zonder James Bond-methoden?]

2009-12-20

Jos Vander Velpen

De Kamercommissie voor Justitie stemt in principe op dinsdag 15 december 2009 het wetsontwerp betreffende de bijzondere inlichtingenmethoden, de zogeheten 'BIM-wet'. De Liga voor Mensenrechten waarschuwt voor een gemakzuchtige vlucht in vergaande bevoegdheden voor de Staatsveiligheid en de militaire veiligheidsdienst (AIVD), waarbij het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op een eerlijk proces onherstelbaar aangetast worden. Ook betreurt de Liga dat een doeltreffende parlementaire controle op het inlichtingenwerk ontbreekt.

Wij kennen allemaal het gewone handwerk van de geheime diensten. Wachten op de hoek van de straat, schaduwen, achterna rijden, onwennig op vergaderingen rondhangen, informanten rekruteren. "Daarmee zit de Staatsveiligheid nog in het stenen tijdperk en moeten wij met pijl en boog vechten tegen het oprukkend terrorisme en radicalisme. Wij zijn de oudste veiligheidsdienst in de wereld, op die van het Vaticaan na, maar wij moeten ons redden zonder telefoontap", kloeg Alain Winants. Het stoorde het hoofd van de Staatsveiligheid dat de federale politie steeds meer zijn dienst verdrong, onder andere dankzij de inzet van bijzondere opsporingsmethoden. Vandaar dat Winants de afgelopen maanden een halszaak maakte van het wetsontwerp betreffende de BIM. Hierdoor krijgen de veiligheidsdiensten een indrukwekkende reeks 'specifieke' en 'uitzonderlijke' methoden gaande van observatie, infiltratie, doorzoeking van woningen, openen van post tot, houd u vast, vorderen van bankgegevens, hacken van computers en het oprichten van fictieve rechtspersonen. Dit laatste lijkt verdacht veel op provocatie. Sommige waarnemers vrezen dat de veiligheidsdiensten als 'onderaannemers' deze methoden zullen inzetten wanneer de politie ze in een bepaald onderzoek niet mag aanwenden.
Grondrechten kunnen slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden ingekrompen worden. Zo kan een noodtoestand soms bepaalde tijdelijke maatregelen rechtvaardigen, voor zover ze strikt noodzakelijk zijn voor het vrijwaren van de democratische rechtsstaat en de rechterlijke controle overeind blijft. Het parlement zou dus moeten motiveren waarom op dit ogenblik een drastische inbreuk op de fundamentele rechten en vrijheden via de BIM noodzakelijk is. Een dergelijke argumentatie ontbreekt. Sterker, sommigen misbruiken het terrorisme om een soort permanente 'noodtoestand' over België (en de rest van Europa) af te roepen. Vanzelfsprekend moeten de inlichtingendiensten alert zijn. Maar iedereen die nadenkt weet dat bijvoorbeeld de verkeersonveiligheid momenteel meer slachtoffers maakt dan het terrorisme. Is België onbeschermd als veiligheidsdiensten niet het recht krijgen om James Bond-methoden te gebruiken? En waarom wordt de BIM-wet niet ten minste beperkt in de tijd? De Orde van Vlaamse Balies (OVB) legt terecht de nadruk op deze tijdelijkheid zodat het parlement op geregelde tijdstippen kan nagaan of de juridische 'noodtoestand' al dan niet moet worden verlengd.
Helaas, de Senatoren steunden het voorstel van de OVB niet. Zij namen het BIM- wetsontwerp in juli aan en hielden daarbij nauwelijks rekening met de kritieken van de Liga voor Mensenrechten, de OVB en de Vereniging van Beroepsjournalisten. Ja, de controlepositie van het Comité I en de bronbescherming van de journalist werden wel wat verbeterd. Maar dat is een schrale troost, gezien de haast onvermijdelijke bijwerkingen van de BIM. Vooral de journalisten kunnen er niet gerust op zijn. Onlangs gebruikte de Nederlandse inlichtingendienst AIVD 'bijzondere bevoegdheden' (afluisteren, volgen) tegen de hoofdredacteur en twee verslaggevers van De Telegraaf omdat die krant, zich baserend op interne AIVD-stukken, meldde dat de inlichtingendienst zich blind had verlaten op rapporten van de CIA. Het aangepaste BIM-wetsontwerp blijft hoe dan ook een bedreiging vormen voor de vrije pers. Dat is niet niks, want alleen een vrije pers kan op een doeltreffende manier misleiding door de overheid blootleggen. Duizenden pagina's geheime stukken over de oorlogen in Vietnam en Irak, Watergate en Guantanamo hebben de afgelopen decennia hun weg naar de krantenkolommen gevonden. Geheimen zijn niet altijd geheim en horen dat meestal ook niet te blijven. Andere bijwerkingen kunnen eveneens niet onbesproken blijven. De controle over de 'specifieke' en 'uitzonderlijke' methoden dient vooraf door een commissie van magistraten en achteraf door het Comité I te gebeuren. Ze staan echter voor een zo goed als onmogelijke opdracht. Sterker, gewone methoden, zoals het gebruik van informanten, worden nog minder gecontroleerd. Het geval-Belliraj, een informant die in de jaren '80 zes politieke moorden pleegde, zou nochtans tot nadenken moeten stemmen. Sterker nog, het effect van de BIM-wet zou wel eens kunnen zijn dat het gebruik van 'menselijke bronnen' verwaarloosd wordt, een op zijn zachtst gezegd hachelijke zaak. Wees een expert als professor Herman Matthijs er immers niet onlangs op dat niet minder dan negentig procent van de informatie van de Staatsveiligheid afkomstig is van 'menselijke bronnen' en informanten?
Ten slotte willen we nog een extra risico aanstippen. Vermits federale politie en Staatsveiligheid steeds meer in elkaars vaarwater komen in de strijd tegen terreur, is het niet denkbeeldig dat materiaal van de Staatsveiligheid in een strafproces terecht zal komen. Welnu, het gebruik van inlichtingen van de Staatsveiligheid in strafzaken is onverenigbaar met een eerlijk proces en hoort dus niet thuis in een democratie. Die informatie is namelijk nauwelijks controleerbaar door de verdediging en de rechtbank vanwege het anonieme karakter ervan.

Jos Vander Velpen
Advocaat
Voorzitter Liga voor Mensenrechten


[Een veilige toepassing van de middelen van veiligheids- en inlichtingendiensten verzekeren…]

2009-12-15

Vandaag zou de Kamercommissie Justitie finaal over het wetsontwerp betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten stemmen. Dit wetsontwerp, dat deze zomer reeds werd aangenomen door de Senaat, roept echter belangrijke vragen op inzake het respect voor fundamentele rechten en vrijheden in een democratie. De Liga voor Mensenrechten en de Ligue des droits de l'Homme vragen dan ook met aandrang aan de Kamer om de noodzakelijke amendementen door te voeren!

Het voorliggende wetsontwerp heeft tot doel om een reeks van nieuwe bevoegdheden toe te wijzen aan de burgerlijke veiligheids- en inlichtingdienst, met name de Veiligheid van de Staat, en de militaire veiligheids- en inlichtingdienst, met name de Algemene Dienst inlichtingen en veiligheid van de Krijgsmacht (ADIV). De vraag die zich hierbij stelt is niet zozeer of de veiligheids- en inlichtingendiensten bijkomende middelen moeten krijgen, maar eerder welke democratische waarborgen moeten worden voorzien wanneer extra middelen aan deze diensten worden toegewezen. De recente gerechtelijke uitspraken in België inzake terrorismezaken (cf. het GICM-proces) hebben duidelijk gemaakt dat veiligheids- en inlichtingendiensten reeds beroep doen op deze middelen (aftappening, enz.), of er nu wetgeving bestaat die het toelaat of niet. Het voordeel van wetgevend werk is het oprichten van een juridisch kader en het vastleggen van de te respecteren limieten.

De huidige tekst die voorligt bij de Kamercommissie Justitie is reeds geëvolueerd ten opzichte van de originele tekst, maar er zijn nog steeds een aantal fundamentele problemen. Zo laat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wel afwijkingen toe op de fundamentele rechten en vrijheden, maar enkel door strenge waarborgen te eisen om de schendingen te compenseren. De belangrijkste waarborg hierbij is het recht op toegang tot een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank voor het onderzoek van eventuele schendingen. De huidige tekst van het wetsontwerp voorziet niet in een daadwerkelijk rechtsmiddel voor individuen. Wanneer men weet dat het wetsontwerp toelaat om voor een onbeperkte periode en buiten medeweten van de betrokkene een camera te plaatsen in diens huis, is de afwezigheid van controle onaanvaardbaar.

Een ander significant probleem is het gebrek aan een duidelijke definiëring van de opdrachten van de veiligheids- en inlichtingsdiensten, hetgeen essentieel is om eventuele schendingen van fundamentele rechten en vrijheden in een democratie, zoals het recht op vrijheid van vereniging en van meningsuiting, te vermijden. Bijvoorbeeld, één van de bevoegdheden van de Staatsveiligheid is de strijd tegen spionage. Dit wordt gedefinieerd als "het opzoeken of het verstrekken van inlichtingen die voor het publiek niet toegankelijk zijn". Maar dit is precies wat een journalist doet! De wet laat dus toe verregaande methoden toe te passen op situaties die geen verband houden met terrorisme of risico's voor de staatsveiligheid.

Bovendien is het bijzonder vreemd, en bekritiseerbaar, dat de Kamercommissie Justitie dit wetsontwerp momenteel reeds behandelt terwijl ze de evaluatie van de antiterrorisme-wetgevingen, gestart begin 2009, nog niet heeft beëindigd. Naar aanleiding van de verschillende opgemerkte schendingen in de strijd tegen het terrorisme (onder andere gesteund door het laatste rapport van het Comité I - Dit rapport bekritiseerde onder meer de verwarde besluitvorming met betrekking tot het onrechtvaardige terreuralarm van december 2007 dat tot op heden nog van kracht is; het gebrek aan samenwerking en het gebrek aan duidelijke en transparante normen die de controle zouden moeten toelaten van het werk van de verschillende diensten bevoegd voor veiligheid.), had de Kamercommissie Justitie destijds het initiatief genomen om de verschillende wetgevingen aangenomen in het kader van de strijd tegen het terrorisme te evalueren. Het is dan ook opmerkelijk dat nog voor deze evaluatie beëindigd wordt, de Commissie reeds een discussie start over de adoptie van een nieuwe antiterrorisme-wetgeving. Betekent dit dat de hoorzittingen slechts een schijnvertoon waren om de kritieken van de NGOs, de vakbonden en de vertegenwoordigers van advocaten en journalisten te onderdrukken?

Tenslotte is het belangrijk aan te halen dat de Belgische Staat recent opnieuw werd veroordeeld voor het afluisteren van andersglobalisten (cf. zaak D14). Wat benadrukt dat de vrees van bovengenoemde acteurs geen fantasie is…

Daarom vragen de Liga voor Mensenrechten en de Ligue des droits de l'Homme aan de Kamercommissie Justitie om de behandeling van dit wetsontwerp uit te stellen en eerst de evaluatie van de antiterrorisme-wetgevingen te beëindigen.

Voor meer informatie kan u contact opnemen met Dhr. Jos Vander Velpen, voorzitter van de Liga voor Mensenrechten, Tel.: 0476/60.40.44.


[Europa gevraagd om fel bekritiseerde databewaringsrichtlijn in te trekken!]

2009-12-02

Burgerrechtenorganisaties EDRi (European Digital Rights) en de Duitse werkgroep inzake databewaring (AK Vorratsdatenspeicherung) vragen de Europese Commissie om de omstreden databewaringsrichtlijn van 2006 in te trekken. Indien de richtlijn niet wordt ingetrokken, eisen zij dat de richtlijn zodanig wordt aangepast dat er in een opt out clausule wordt voorzien die toelaat dat lidstaten zelf kunnen beslissen of zij een algemene bewaarplicht nodig hebben.

De databewaringsrichtlijn, Richtlijn 2006/24/EG, verplicht telecomoperatoren en internetproviders om verkeers- en locatiegegevens te bewaren zodat die beschikbaar zijn voor het onderzoek, de opsporing en vervolging van ernstige criminaliteit. Het gaat meer bepaald om alle gegevens betreffende de betrokken personen, de datum, het tijdstip, de duur en de omvang van een telefoongesprek, een SMS-, of e-mailbericht, alsook de gebruikte technologie en de locatie ervan. Men wil met andere woorden weten wie met wie, wanneer, voor hoe lang, en van waar gebeld, geSMSt, of ge-e-maild heeft. Daarnaast moeten ook de gegevens inzake de toegang tot het internet worden bewaard; bijvoorbeeld wanneer en van op welke computer (en dus vanuit welke plaats) u in- of uitlogde op het internet.

lees meer...


.:.   .::.....

print inhoud

vul uw e-mail adres in
om onze nieuwsbrief te ontvangen...


zoek op deze site

Zoek ons op Facebook